Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR8671

Datum uitspraak2004-12-23
Datum gepubliceerd2005-01-04
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/723 AOR
Statusgepubliceerd


Indicatie

Is het beroep bij de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat betrokkene het door hem verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan?


Uitspraak

04/723 AOR U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en het bestuur van de Stichting Het Gebaar, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Op bij beroepschrift (met bijlagen) uiteengezette gronden heeft appellant bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 19 december 2003, nummer AWB 03/3353 BESLU. Bij die uitspraak is het beroep dat appellant had ingesteld tegen een besluit van gedaagde van 17 juni 2003, niet-ontvankelijk verklaard. Namens gedaagde is door mr. E.J. Daalder, advocaat te ’s-Gravenhage, een verweerschrift - met bijlage - ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 11 november 2004. Aldaar is appellant met voorafgaand bericht niet verschenen. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J. Bootsma, advocaat te ’s-Gravenhage. II. MOTIVERING De Rechtbank heeft het door appellant bij haar ingediende beroep tegen gedaagdes besluit van 17 juni 2003 bij de aan- gevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant het door hem verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan. Door appellant wordt niet betwist dat hij in gebreke is gebleven het verschuldigde griffierecht te betalen. Hij voert in hoger beroep aan dat hij de rechtbank heeft doen weten dat hij het griffierecht nog niet kon betalen en dat hij ook thans nog niet in staat is griffierecht tweemaal (appellant heeft in hoger beroep wel griffierecht overgemaakt) te voldoen. Artikel 8:41, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de griffier de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht wijst en hem meedeelt dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De Raad overweegt dat de Awb niet voorziet in de mogelijkheid van (gedeeltelijke) vrijstelling van het betalen van griffierecht bij onvermogen om te betalen. Nu appellant ten tijde van de uitspraak van de rechtbank het griffierecht niet voldaan had, heeft de rechtbank zijn beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten. Beslist wordt derhalve als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van A. de Gooijer als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 december 2004. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) A. de Gooijer.