Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS3964

Datum uitspraak2005-01-25
Datum gepubliceerd2005-01-26
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/4376 NABW
Statusgepubliceerd


Indicatie

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat gedaagde op goede gronden het bezwaar tegen het besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/4376 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder gedaagde wordt in dit geding mede het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk begrepen, welk College zijn bevoegdheden ter uitvoering van de Algemene bijstandswet (Abw) per 1 januari 2004 heeft overgedragen aan het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat. Namens appellant heeft mr. C.J. Driessen, advocaat te Beers, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 juli 2003, reg.nr. 03/646 NABW. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van 5 januari 2005, waar appellant in persoon is ver-schenen, bijgestaan door mr. Driessen, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. van Dijk, werkzaam bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat. II. MOTIVERING De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Bij besluit van 2 december 2002 heeft gedaagde de door appellant gevraagde uitkering ingevolge de Abw afgewezen. Bij besluit van 24 februari 2003 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2002 niet-ontvankelijk verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 24 februari 2003 ongegrond verklaard. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. De Raad komt tot de volgende beoordeling. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat gedaagde op goede gronden het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2002 niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank in dezen en verwijst daarnaar. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met het beroep in eerste aanleg, geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad dan ook niet tot een ander oordeel kunnen brengen. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gewezen door mr. Th.C. van Sloten in tegenwoordigheid van mr. P.C. de Wit als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2005. (get.) Th. C. van Sloten. (get.) P.C. de Wit. GdJ 111