
Jurisprudentie
AS5692
Datum uitspraak2004-12-13
Datum gepubliceerd2005-02-14
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-000983-03
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-02-14
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-000983-03
Statusgepubliceerd
Indicatie
Ontvankelijkheid hoger beroep ingesteld tegen veroordeling voor 2 overtredingen. De eerste rechter heeft verdachte ter zake van de sub 1 telastegelegde overtreding veroordeeld tot een geldboete van € 260,= en ter zake van de sub 2 telastegelegde overtreding schuldig verklaard zonder toepassing van straf of maatregel. Nu gebleken is, dat verdachte door de eerste rechter niet van die twee gevoegde overtredingen geheel is vrijgesproken, is het hof van oordeel, dat verdachte op grond van artikel 404, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden d.d. 26 maart 1974, gepubliceerd in NJ 1974, nr. 242, ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Uitspraak
Parketnummer: 24-000983-03
Arrest d.d. 13 december 2004 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Leeuwarden d.d. 17 juli 2003 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De economische politierechter in de rechtbank te Leeuwarden heeft de verdachte bij voormeld vonnis op tegenspraak ter zake de sub 1 bewezenverklaarde overtreding veroordeeld tot straf en heeft verdachte ter zake van de sub 2 telastegelegde overtreding schuldig verklaard zonder toepassing van straf, één en ander als in het vonnis nader omschreven.
Aanwending van het rechtsmiddel
De verdachte is d.d. 17 juli 2003 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het hof heeft gelet op het onderzoek ter 's hofs terechtzitting van 29 november 2004 en op het onderzoek in eerste aanleg als voorgeschreven bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van het aangewende rechtsmiddel
In eerste aanleg zijn de sub 1 en sub 2 telastegelegde overtredingen gevoegd aan het oordeel van de eerste rechter onderworpen. De eerste rechter heeft verdachte ter zake van de sub 1 telastegelegde overtreding veroordeeld tot een geldboete van € 260,= en ter zake van de sub 2 telastegelegde overtreding schuldig verklaard zonder toepassing van straf of maatregel. Nu gebleken is, dat verdachte door de eerste rechter niet van die twee gevoegde overtredingen geheel is vrijgesproken, is het hof van oordeel, dat verdachte op grond van artikel 404, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden d.d. 26 maart 1974, gepubliceerd in NJ 1974, nr. 242, ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.
Telastelegging
Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
Vrijspraak
Het hof acht niet bewezen hetgeen aldus sub 1 aan verdachte is telastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
(zie de aangehechte, uitgestreepte telastelegging)
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld sub 2 meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Hetgeen het hof als bewezen heeft aangenomen levert op de overtreding:
feit 2: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte te dezer zake strafbaar, nu ten opzichte van hem geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering
Op grond van:
- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dat feit is begaan;
- de financiële draagkracht van verdachte, voor zover deze aan het hof is gebleken;
- de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit het documentatieregister d.d. 29 september 2004, waaruit blijkt dat
verdachte niet eerder terzake van een soortgelijk feit is veroordeeld, is het hof van oordeel dat een passende bestraffing
gevonden kan worden in het opleggen van een onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1 (oud), 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 3 van het Besluit identificatie en registratie van dieren en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren 2002.
De uitspraak
HET HOF,
RECHTDOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:
verklaart het verdachte als voormeld sub 1 telastegelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het verdachte als voormeld sub 2 telastegelegde bewezen en te kwalificeren als voormeld en verklaart dit feit en verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderddertig euro, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld sub 2 meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mrs. Zwerwer, voorzitter, Knoop en Wegener Sleeswijk, in tegenwoordigheid van mevrouw Boersma als griffier, zijnde mr. Wegener Sleeswijk voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

