
Jurisprudentie
AS6284
Datum uitspraak2005-02-10
Datum gepubliceerd2005-02-17
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/6297 CSV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-02-17
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/6297 CSV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Hoofdelijk aansprakelijkhed voor verschuldigde premies en boetes van de vennootschap.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6297 CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellant is door mr. drs. R. van Gelder, advocaat te Voorschoten, hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 21 november 2003, onder kenmerk 02/2789, door de rechtbank ’s-Gravenhage gewezen uitspraak.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 3 februari 2005, waar appellant niet is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
De Raad verwijst voor een overzicht van de feiten naar hetgeen in de aangevallen uitspraak is vermeld.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat gedaagde terecht en op goede gronden appellant met toepassing van artikel 16d, eerste, tweede en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de door [naam B.V.] verschuldigde premies en boetes over de jaren 1996 en 1997.
De Raad stelt vast dat de in hoger beroep van de kant van appellant aangevoerde bezwaren in essentie een herhaling zijn van hetgeen in het geding in eerste aanleg is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn van de kant van appellant niet naar voren gebracht.
De Raad is van oordeel dat de bezwaren van appellant niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit en overweegt in dit verband dat hij de overwegingen die de rechtbank aan de aangevallen uitspraak ten grondslag heeft gelegd, tot de zijne maakt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op
10 februari 2005.
(get.) R.C. Stam.
(get.) R.E. Lysen.

