
Jurisprudentie
AS7344
Datum uitspraak2003-04-10
Datum gepubliceerd2005-03-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 03/659 BESLU
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-03-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 03/659 BESLU
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verzoeker heeft aan de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat zijn perceel voor eens en altijd wordt ontdaan van welk voorkeursrecht in het kader van de Wvg dan ook.
Uitspraak
Voorzieningenrechter van de Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
Reg. nr. AWB 03/659 BESLU
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:84
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
ten aanzien van het besluit van 15 januari 2003, bekendgemaakt bij brief van burgemeester en wethouders van Rijnsburg van 21 januari 2003, van de raad van de gemeente Rijnsburg, verweerder, waarbij verweerder in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) heeft besloten percelen, waaronder die van verzoeker, aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn (voorkeursrecht op het gebied ten zuiden van Klei-Oost).
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij verweerder bezwaar gemaakt.
Tevens heeft verzoeker bij brief van 12 februari 2003, ingekomen bij de rechtbank op 17 februari 2003, bij de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Bij verzoekschrift van 12 februari 2003 heeft verzoeker aan de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat zijn perceel voor eens en altijd wordt ontdaan van welk voorkeursrecht in het kader van de Wvg dan ook.
Het treffen van een zodanige voorlopige voorziening is, gelet op de in artikel 8:81 van de Awb neergelegde voorlopigheid, een te vergaande maatregel. In een situatie als deze kan er voor het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van schorsing van de bestreden aanwijzing op grond van artikel 8 van de Wvg aanleiding bestaan, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dit vereist.
Bij brief van 3 maart 2003 heeft de griffier van deze rechtbank verzoeker verzocht aan te geven welk spoedeisend belang aanwezig is dat het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb zou kunnen rechtvaardigen.
Verzoeker heeft bij brief van 5 maart 2003, ingekomen op 10 maart 2003, naar voren gebracht dat het voorkeursrecht de waarde van zijn bezit aantast en dat er elders voldoende bedrijfsgronden zijn. Hierin kunnen geen aanknopingspunten worden gevonden voor het oordeel dat onverwijlde spoed ertoe noopt in afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift tot schorsing van het raadsbesluit over te gaan.
Daarbij is uit telefonische informatie gebleken dat op korte termijn een beslissing op het door verzoeker ingediende bezwaarschrift tegen het bestreden besluit valt te verwachten.
Voor het treffen van een voorlopige voorziening in de door verzoeker gewenste zin ziet de voorzieningenrechter, gelet op het vorenstaande, geen aanleiding.
Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing.
De voorzieningenrechter van de Rechtbank 's-Gravenhage,
RECHTDOENDE:
Wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Aldus gegeven door mr. E.R. Eggeraat, als voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2003, in tegenwoordigheid van de griffier A. Jansen.

