Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS7541

Datum uitspraak2005-02-16
Datum gepubliceerd2005-02-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/284 WVG
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afwijzing woonvoorziening in de vorm van een bijdrage in de kosten van woningaanpassing. Finale schikking. Hoger beroep wordt wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.


Uitspraak

03/284 WVG U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 19 december 2001 heeft gedaagde de aanvraag van appellante om toekenning van een woonvoorziening in de vorm van een bijdrage in de kosten van woningaanpassing afgewezen. Bij besluit van 13 mei 2002 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 19 december 2001 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 13 mei 2002 ongegrond verklaard. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van 19 januari 2005, waar appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door T.H.M. Kamphuis, en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. B.L. Bos, werkzaam bij de gemeente Apeldoorn. II. MOTIVERING De Raad overweegt het volgende. Ter zitting is op initiatief van de Raad een schikking tot stand gekomen. Namens gedaagde is de bereidheid uitgesproken, onder meer gelet op de gedingstukken en de ter zitting naar voren gekomen bijzondere omstandigheden van dit geval, om eenmalig een bedrag van € 1.000,-- te verstrekken. Namens appellante is verklaard dat daarmee wordt ingestemd en dat gedaagde hiermee geacht kan worden te zijn tegemoetgekomen aan het beroep. Vervolgens hebben partijen desgevraagd elkaar uitdrukkelijk finale kwijting verleend, in verband waarmee namens appellante is verklaard dat onder meer geen verzoek zal worden gedaan om vergoeding van proceskosten en griffierecht. Gelet hierop stelt de Raad vast dat tussen partijen een finale schikking tot stand is gekomen en dat thans geen belang meer bestaat bij een beoordeling van het door appellante ingestelde hoger beroep, reden waarom dit wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Beslist wordt als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. M.I. ’t Hooft als voorzitter, en mr. R.M. van Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr. I.D. Veldman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2005. (get.) M.I. ’t Hooft. (get.) I.D. Veldman.