Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS9242

Datum uitspraak2005-03-01
Datum gepubliceerd2005-03-09
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200409631/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Wierden het bestemmingsplan "Westelijke Randweg" vastgesteld.


Uitspraak

200409631/2. Datum uitspraak: 1 maart 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 9 maart 2004 heeft de gemeenteraad van Wierden het bestemmingsplan "Westelijke Randweg" vastgesteld. Bij besluit van 12 oktober 2004, kenmerk RWB/2004/954 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan. Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 26 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 26 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 februari 2005, waar verzoeker in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Wierden, vertegenwoordigd door R.A.P. te Wierik en G. Vreugdenhil, ambtenaren van de gemeente, daar gehoord. 2.    Overwegingen 2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2.    Het plan voorziet in de aanleg van de zogenoemde westelijke randweg van Wierden tussen de Nijverdalsestraat en de Hexelseweg. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend. 2.3.    Verzoeker kan zich niet met de door verweerder verleende goedkeuring verenigen. Hij voert aan dat de noodzaak van het plan niet is aangetoond en ook niet kan worden aangetoond. 2.4.    De gemeenteraad acht de westelijke randweg noodzakelijk in verband met de verkeersafwikkeling in de kern, het realiseren van een beter woon- en leefklimaat, het verbeteren van de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen aan de noordzijde van de spoorlijn en het verhogen van de verkeersveiligheid. Verweerder acht de noodzaak van het plan voldoende aangetoond. 2.5.    Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht de Voorzitter de noodzakelijkheid van aanleg van de randweg op voorhand voldoende aangetoond. Mede gelet op het verrichte verkeerskundige onderzoek, acht de Voorzitter aannemelijk dat aanleg van de randweg een positieve bijdrage zal leveren aan de verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat in de kern Wierden.    Gelet hierop en in aanmerking genomen het belang dat is gediend met uitvoering van het plan, acht de Voorzitter geen reden aanwezig voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen. 2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat. w.g. Dolman    w.g. Rop Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2005 417.