Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS9255

Datum uitspraak2005-03-03
Datum gepubliceerd2005-03-09
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200410029/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 23 februari 2004 heeft de gemeenteraad van Rijssen-Holten het bestemmingsplan "Kern 2000, herziening 2002-3" vastgesteld.


Uitspraak

200410029/2. Datum uitspraak: 3 maart 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 23 februari 2004 heeft de gemeenteraad van Rijssen-Holten het bestemmingsplan "Kern 2000, herziening 2002-3" vastgesteld. Bij besluit van 12 oktober 2004, kenmerk RWB/2004/986 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan. Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 8 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 10 december 2004, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 december 2004. Bij eerstgenoemde brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 februari 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. L. Bolier, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Rijssen-Holten, vertegenwoordigd door T.R. Groot, ambtenaar van de gemeente, daar gehoord. 2.    Overwegingen 2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2.    Het plan voorziet in de bouw van een appartementengebouw met winkelruimte op de hoek van de Haarstraat en de Bouwstraat in de kern Rijssen. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend. 2.3.    Verzoekers kunnen zich niet met de door verweerder verleende goedkeuring verenigen. Zij voeren aan dat het plan om oneigenlijke redenen is opgesteld en dat daaraan geen ruimtelijke maar financiële motieven ten grondslag liggen. Het plan leidt volgens hen tot een verminderde bereikbaarheid van de Haarstraat voor hulpdiensten. Voorts is volgens hen woningbouw ter plaatse op grond van de voorschriften niet toegestaan en is de voorbereiding van het plan gebrekkig nu daaraan niet het vereiste distributie-planologisch onderzoek ten grondslag ligt. 2.4.    Aan de gronden is de bestemming "Centrumdoeleinden II" toegekend. In artikel 3, eerste lid, van de planvoorschriften is, voorzover hier van belang, bepaald dat deze gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, beperkt tot de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande woningen. Nieuwbouw van woningen is op grond van deze bepaling derhalve uitgesloten. De Voorzitter betwijfelt of de in artikel 3, derde lid, onder d, van de planvoorschriften opgenomen mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van het bepaalde in het eerste lid, zich verdraagt met het bepaalde in artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op voorhand gaat hij er derhalve vanuit dat voor de bouw van het appartementengebouw met winkelruimte, nu dit voorziet in nieuwe woningen, op grond van het plan geen bouwvergunning kan worden verleend. Onder deze omstandigheden ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient te worden afgewezen. Overigens stelt de Voorzitter vast dat met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening reeds een bouwvergunning is verleend voor de bouw van het appartementengebouw met winkelruimte. 2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat. w.g. Dolman    w.g. Rop Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2005 417.