Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AS9424

Datum uitspraak2005-02-02
Datum gepubliceerd2005-03-09
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers430232/04.3944
Statusgepubliceerd


Indicatie

[...] Transavia vordert bij exploot van dagvaarding van 12 juli 2004 € 5.000,- vermeerderd met rente en kosten. Transavia legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich tijdens de vlucht van Tenerife naar Amsterdam op 26 november 2003 zodanig heeft misdragen, dat de gezagvoerder zich genoodzaakt zag een tussenlanding te maken om [gedaagde] van boord te laten halen en over te dragen aan de bevoegde autoriteiten. Hierdoor heeft Transavia schade geleden welke zij thans wenst te verhalen op [gedaagde]. [...]


Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector kanton - locatie Leiden BH rolnr. 430232/04.3944 datum: 2 februari 2005 Vonnis in de zaak van: de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V., gevestigd en kantoorhoudende te Luchthaven Schiphol, gemeente Haarlenunenneer, eisende partij, gemachtigde: mr. A.D.C.P. Dam, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, gemachtigde: mr. G.P. Veldhuis. Partijen worden aangeduid als "Transavia" en "[gedaagde]". Overwegingen Transavia vordert bij exploot van dagvaarding van 12 juli 2004 € 5.000,- vermeerderd met rente en kosten. Transavia legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich tijdens de vlucht van Tenerife naar Amsterdam op 26 november 2003 zodanig heeft misdragen, dat de gezagvoerder zich genoodzaakt zag een tussenlanding te maken om [gedaagde] van boord te laten halen en over te dragen aan de bevoegde autoriteiten. Hierdoor heeft Transavia schade geleden welke zij thans wenst te verhalen op [gedaagde]. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord betwist dat zijn gedrag zodanig was dat er aanleiding bestond tot het maken van een tussenlanding. De situatie aan boord verhinderde een veilige vluchtuitvoering niet en de veiligheid van de overige passagiers en de bemanning waren niet in het geding. Transavia heeft daarop bij repliek haar stellingen met relevante feiten en gedingstukken aangevuld ter weerlegging van het door [gedaagde] gevoerde verweer. Onder de stukken bevindt zich het proces-verbaal van verhoor van getuigenverhoor van 14 oktober 2004 voor de rechter-commissaris van de rechtbank te Haarlem waarbij de gezagvoerder is gehoord. [gedaagde] heeft vervolgens gelegenheid genegen hierop te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Nu [gedaagde] heeft nagelaten op de repliek te reageren, zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van de stellingen van Transavia. Tegen die achtergrond acht de kantonrechter het verweer van [gedaagde] onvoldoende onderbouwd, zodat dit wordt gepasseerd. De vordering van Transavia is op grond van het vorenstaande toewijsbaar. De kantonrechter zal [gedaagde] als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordelen. Beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Transavia te betalen € 5.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 12 juli 2004 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van Transavia begroot op € 800,40, waaronder begrepen € 540,-- voor gemachtigdensalaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. E. Weiss en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2005.