
Jurisprudentie
AS9738
Datum uitspraak2005-03-03
Datum gepubliceerd2005-03-11
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/6272 AOR
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-03-11
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/6272 AOR
Statusgepubliceerd
Indicatie
Ongegrond verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring vanwege het niet betalen van het griffierecht. De door opposant geschetste omstandigheden waardoor hij het griffierecht niet heeft kunnen voldoen dienen voor zijn rekening en risico komen.
Uitspraak
03/6272 AOR
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposant,
en
het bestuur van de Stichting het Gebaar, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 27 mei 2004 heeft de Raad het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van opposant gegeven uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 7 november 2003, onder nummer AWB 03/2608 BESLU, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij schrijven van 28 juni 2004, welk schrijven ter griffie van de Raad is ontvangen op 6 juli 2004.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 20 januari 2005. Daar is opposant, zoals tevoren schriftelijk bericht, niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. S. Verhage, advocaat te Den Haag.
II. MOTIVERING
In verzet geeft opposant aan dat door een samenloop van omstandigheden, te weten het werkloos zijn, het verblijf van zijn vrouw in het ziekenhuis en het niet meer om hulp kunnen vragen bij zijn zoon, hij niet in staat is het griffierecht te voldoen.
De Raad ziet in het aangevoerde geen grond om het verzet gegrond te verklaren. De Raad overweegt hiertoe dat de door opposant geschetste omstandigheden waardoor hij het griffierecht niet heeft kunnen voldoen, voor zijn rekening en risico komen.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Dissel-Singhal als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2005.
(get) C.G. Kasdorp.
(get.) A.D. van Dissel-Singhal.

