Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT3536

Datum uitspraak2005-03-16
Datum gepubliceerd2005-04-12
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/2925 NABW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Overschrijding hoger beroepstermijn. Geen verschoonbare reden. Stroomstoring. Het risico van verzending per fax ligt bij de verzender.


Uitspraak

03/2925 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Delfzijl, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Namens appellante heeft mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 2 april 2003, reg.nr. 01/177 NABW. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 februari 2005, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING In het verweerschrift heeft gedaagde aangevoerd dat het hoger beroep wegens overschrijding van de hoger-beroepstermijn niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Naar aanleiding daarvan overweegt de Raad het volgende. Niet in geschil is dat aan partijen op 2 april 2003 een afschrift van de aangevallen uitspraak is gezonden. De hoger-beroepstermijn ving derhalve aan op 3 april 2003 en eindigde op 15 mei 2003. Op 17 juni 2003 heeft mr. Van Asperen bij de griffie van de Raad telefonisch geïnformeerd naar de ontvangstbevestiging van het door hem bij faxbericht van 5 mei 2003 aan de Raad gefaxte hoger beroepschrift. Nadat aan hem was medegedeeld dat op 5 mei 2003 noch nadien bij de Raad een op de aangevallen uitspraak betrekking hebbend hoger-beroepschrift was ontvangen, heeft mr. Van Asperen op 17 juni 2003 het hoger-beroepschrift (opnieuw) aan de Raad gefaxt. Uit een bij de Raad ingesteld intern onderzoek is gebleken dat het op 5 mei 2003 door mr. Van Asperen gefaxte hoger-beroepschrift als gevolg van een stroomstoring niet bij de Raad is ontvangen. Die bevinding vindt steun in het gegeven dat het op 17 juni 2003 (opnieuw) gefaxte hoger-beroepschrift bovenaan een verzendbevestiging van de faxapparatuur van het kantoor van mr. Van Asperen bevat met de datum 5 mei 2003 en de vermelding “foutpagina”. Nu volgens vaste rechtspraak het risico van verzending per fax bij de verzender ligt, moet de Raad vaststellen dat de hoger-beroepstermijn is overschreden. Dat de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn, is niet gebleken. In dit verband merkt de Raad op dat mr. Van Asperen eerst op 17 juni 2003, en daarmee na het verstrijken van de termijn, zich tot (de griffie van) de Raad heeft gewend. Het hoger beroep dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2005. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) C.H.T.W. van Rooijen. EK2503