Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT3613

Datum uitspraak2005-04-06
Datum gepubliceerd2005-04-12
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/2634 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet gegrond. Schriftelijke machtiging was reeds verstrekt.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/2634 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, beweerdelijk gemachtigde van [opposant] te [vestigingsplaats], opposant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Mr. drs. D.W.M. Weesie, werkzaam bij Arboned te Utrecht, heeft namens [opposant] te [vestigingsplaats] hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem (reg. nr. AWB 03/1919) tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 17 augustus 2004, welke op 20 augustus 2004 aan partijen is verzonden, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de verlangde machtiging niet tijdig was ingediend. Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 23 februari 2005, waar partijen - geopposeerde met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Na verzet is de Raad tot de conclusie gekomen dat aan dit wettelijk voorschrift is voldaan. Het procesdossier van de rechtbank Arnhem, door de Raad ontvangen op 24 mei 2004, bevat een proces-machtiging voor de bezwaarschriftprocedure en eventueel volgende beroepsprocedures. Gezien het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid onder c van de Awb gegrond te verklaren. Gelet op artikel 8:55, zevende lid van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet is ingesteld en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet gegrond. Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A. van Netten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 april 2005. (get.) Ch. van Voorst. (get.) A. van Netten.