Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT3687

Datum uitspraak2005-04-05
Datum gepubliceerd2005-04-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200502298/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij besluit van 16 november 2004, kenmerk 46/Bo/A8/2004007306, heeft verweerder ingestemd met het bodemsaneringsplan voor het terrein van de voormalige gasfabriek te Coevorden.


Uitspraak

200502298/1. Datum uitspraak: 5 april 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekers], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Drenthe, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 16 november 2004, kenmerk 46/Bo/A8/2004007306, heeft verweerder ingestemd met het bodemsaneringsplan voor het terrein van de voormalige gasfabriek te Coevorden. Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij brief van 15 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 17 maart 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 maart 2005. Verzoekers zijn daar vertegenwoordigd door [gemachtigde]. Verweerder is daar vertegenwoordigd door M.K. Portena-Böhne en A.B. Booij, ambtenaren van de provincie. Namens burgemeester en wethouders van Coevorden is gehoord mr. H.W.J. Jonker, ambtenaar van de gemeente. 2.    Overwegingen 2.1.    Verzoekers hebben in de bezwaarschriftprocedure tegen het besluit van 16 november 2004 aangevoerd - kortweg - dat verweerder onvoldoende aandacht heeft besteed aan de schade die aan hun woningen kan optreden als gevolg van de sanering. Zij hebben verzocht om schorsing van het besluit nu de feitelijke werkzaamheden zijn aangevangen voordat op hun bezwaar is beslist. 2.2.     Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de sloopwerkzaamheden die aan de sanering vooraf dienen te gaan op 30 maart 2005 zijn gestart en ongeveer zes weken zullen duren. De beslissing op bezwaar is geagendeerd voor de vergadering van verweerder van 5 april 2005. 2.3.    Op grond van het vorenstaande gaat de Voorzitter er van uit dat de beslissing op bezwaar ruimschoots voor aanvang van de feitelijke sanering zal zijn genomen. Onder die omstandigheden ontbreekt spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van het besluit van 16 november 2004. 2.4.    Het verzoek dient te worden afgewezen. 2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen    w.g. Stolker Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2005 157.