
Jurisprudentie
AT3867
Datum uitspraak2005-04-13
Datum gepubliceerd2005-04-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers04/1067
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-04-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers04/1067
Statusgepubliceerd
Indicatie
Subsidie. Belanghebbende. Afgeleid belang.
Uitspraak
RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: 04/1067
Inzake het geding tussen
het college van burgemeester en wethouders van Ferwerderadiel, eiser,
en
de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, te Den Haag, verweerder.
1. Aanduiding van het besluit waarop het beroep betrekking heeft
Het besluit van verweerder van 18 augustus 2004, waarbij het bezwaarschrift van eiser van 19 mei 2004 niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Datum van de zitting
Het geding is behandeld ter zitting van de rechtbank, enkelvoudige kamer, op 5 april 2005, waar geen der partijen is verschenen.
3. De rechtbank sluit de behandeling en doet onmiddellijk mondeling uitspraak
a. De beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
b. De gronden van de beslissing
De stichting “Stichting koren-, pel- en houtzaagmolen De Zwaluw” te Birdaard (hierna: de Stichting) huurt een als rijksmonument aangemerkte molen van de gemeente Ferwerderadiel tegen een bedrag van € 1,- per jaar. Nadat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg op 8 april 2004 een tweetal aanvragen van de Stichting heeft ontvangen voor een subsidie ingevolge het Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten, heeft verweerder deze aanvragen afgewezen bij twee afzonderlijke besluiten van 10 en 13 mei 2004, met als kenmerk MS/2004/002859, respectievelijk MS/2004/002858. Adressant van beide besluiten is de Stichting. Op 19 mei 2004 heeft eiser een brief verzonden waarin hij, onder vermelding van het kenmerk MS/2004/002859/G, verweerder heeft verzocht om in heroverweging alsnog een bijdrage beschikbaar te stellen. Bij het nu bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder stelt dat eiser een rechtstreeks belang ontbeert, maar (hooguit) een afgeleid belang heeft.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geoordeeld dat eiser niet kan worden aangemerkt als iemand wiens belang rechtstreeks betrokken is bij de weigering subsidie te verlenen aan de Stichting. Aangezien de aanvraag ingediend is door de Stichting, wordt eiser door de weigering niet rechtstreeks in zijn belangen geraakt. Dat de molen eigendom is van de gemeente Ferwerderadiel en dat eiser één bestuurslid van de Stichting benoemt, maakt dit niet anders.
Gelet op het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat verweerder het bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarom is het beroep ongegrond.
De rechter deelt mee dat partijen en andere belanghebbenden tegen deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 juncto 6:24 van de Awb. Degene die van dit rechtsmiddel gebruik wil maken, dient binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een beroepschrift te zenden aan:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
mr. F. Aissa, griffier
mr. E. de Witt, rechter
Afschrift verzonden op: 13 april 2005

