Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT3889

Datum uitspraak2005-03-17
Datum gepubliceerd2005-04-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/01352
Statusgepubliceerd


Indicatie

Anders dan voorheen is het hof van oordeel dat het Besluit proceskosten bestuursrecht geen grondslag biedt om het doen van het verzoek om een kostenveroordeling bij de kostenveroordeling te betrekken.


Uitspraak

WAHV 04/01352 17 maart 2005 CJIB-nummer 52380470 Gerechtshof te Leeuwarden Beslissing op het verzoek om een kostenveroordeling ex artikel 13b WAHV van [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] voor wie als gemachtigde optreedt mr. M.P. de Klerk, advocaat te 's-Gravenhage. 1. Het procesverloop Op 11 oktober 2004 heeft de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle niet-ontvankelijk verklaard. De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij brief van 6 december 2004 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking met voormeld CJIB-nummer in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld. Bij brief van 7 december 2004 heeft het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd alsmede of de betrokkene aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten. Bij brief van 9 december 2004 heeft de gemachtigde van de betrokkene aan het hof medegedeeld, dat het beroep niet gehandhaafd wordt. Hierbij is verzocht om een kostenvergoeding. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Bij brief van 6 januari 2005 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld te reageren op de brief van de advocaat-generaal. Bij brief van 11 januari 2005 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt. 2. Beoordeling 2.1. Art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna te noemen het Besluit) bepaalt voor zover hier van belang dat een veroordeling in de kosten betrekking kan hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. 2.2. De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om vergoeding van kosten volgens de forfaitaire normen, met toepassing van een wegingsfactor die tenminste 0,5 bedraagt. 2.3. In de onderhavige zaken is door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend. Die kosten zijn in het Besluit forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: indienen beroepschrift bij de rechtbank, schriftelijke uiteenzetting ten behoeve van de behandeling ter zitting van de kantonrechter, indienen hoger beroepschrift bij het hof en het verzoek om een kostenvergoeding. 2.4. Blijkens de Bijlage bij het Besluit moet aan het indienen van het beroepschrift en het hoger beroepschrift telkens één punt, en aan het indienen van de schriftelijke uiteenzetting een half punt worden toegekend. Het hof is thans, anders dan voorheen, van oordeel dat het Besluit proceskosten bestuursrecht geen grondslag biedt om het doen van het verzoek om een kostenveroordeling bij de kostenveroordeling te betrekken (vgl. CRvB 4 januari 2005, AB Kort 2005/79). 2.5. Blijkens de Bijlage bij het Besluit is de waarde per punt € 322,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen reden om wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toe te passen. De advocaat-generaal stelt op zich terecht dat de gemachtigde van de betrokkene in andere - het hof ambtshalve bekende - zaken een vrijwel identiek beroepschrift heeft ingediend, doch miskent dat de gemachtigde van de betrokkene, nadat in die zaken de inleidende beschikkingen waren ingetrokken, in de onderhavige zaak in een uitgebreide schriftelijke uiteenzetting aan de kantonrechter en in het hoger beroepschrift deze nieuwe gegevens moest verwerken en opnemen. 2.6. Het hiervoor onder 2.4. en 2.5. overwogene leidt tot de volgende berekening: 2,5 maal € 322,- maal 0,5 is € 402,50. Het hof zal de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot dit bedrag. 3. De beslissing Het gerechtshof: veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 402,50. Deze beslissing is gegeven door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.