
Jurisprudentie
AT4171
Datum uitspraak2005-03-02
Datum gepubliceerd2005-04-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00920
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-04-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00920
Statusgepubliceerd
Indicatie
Met een voertuig rijden, terwijl het zodanig is beladen dat er gevaar bestaat voor het op de weg vallen. Uit het proces-verbaal volgt niet zonder meer dat in strijd is gehandeld met art. 5.18.6 VR. Tussenarrest.
Uitspraak
WAHV 04/00920
2 maart 2005
CJIB 79060676080
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam
van 28 mei 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 3 november 2004 heeft het hof de advocaat-generaal opgedragen schriftelijke inlichtingen te verstrekken. Bij brief, ingekomen 20 december 2004, is door de advocaat-generaal een proces-verbaal van de verbalisant overgelegd.
De betrokkene heeft op deze informatie gereageerd.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 115,- opgelegd ter zake van "met een voertuig rijden, terwijl het zodanig is beladen dat er gevaar bestaat voor het op de weg vallen van de lading", welke gedraging zou zijn verricht op 18 maart 2003 op de Rijksweg A16 Z-N (OB) te Ridderkerk. De bij deze gedraging behorende feitcode is P060.
3.2. De in feitcode P060 vermelde gedraging is een overtreding van artikel 5.18.6. Voertuigreglement (VR). Deze bepaling luidt als volgt:
"1 Het voertuig moet zodanig zijn beladen dat de lading of delen daarvan niet van het voertuig kunnen vallen.
2 Losse lading ten aanzien waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig vallen, moet deugdelijk zijn afgedekt.".
3.3. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat het niet mogelijk is geweest dat ook maar iets van de door de betrokkene vervoerde lading op de weg kon vallen. Hiertoe voert de betrokkene aan dat de lading, regeneratiezout, in zakken was opgestapeld op een pallet en dat de complete pallet met een plastic krimpzak omsnoerd was.
3.4. Het door de verbalisant op ambtseed opgemaakte zaakoverzicht vermeldt als gedraginggegevens onder meer: "Zakken met bouwmateriaal stonden los opgestapeld op aanhangwagen.". Het op 8 december 2004 op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van de verbalisant houdt - voor zover in dit opzicht van belang - in: "In de aanhangwagen stond een pallet met, in mijn ogen, gestapelde zakken bouwmateriaal. (....) Bij de controle zag ik, verbalisant, dat de lading (de pallet) los stond in de aanhangwagen. Er zat weliswaar een laag plastic om de lading, maar de lading was niet gezekerd aan de aanhangwagen door middel van bijvoorbeeld een spanband. (....) Krimpfolie zorgt er alleen voor dat de lading (als de folie heel blijft!) als een geheel gaat optreden.".
3.5. Op grond van het onder 3.3. en 3.4. overwogene gaat het hof uit van de situatie, dat de pallet met daarop de zakken met (naar de betrokkene stelt en onvoldoende is weersproken) regeneratiezout met krimpfolie was omwikkeld en dat de zakken derhalve niet los stonden opgestapeld.
3.6. Het eerder vermelde proces-verbaal d.d. 8 december 2004 houdt ten aanzien van de gedraging in: "Alleen het aanbrengen van een laag krimpfolie zorgt er niet voor dat lading niet kan vallen. Dat kan alleen bewerkstelligd worden door de lading te zekeren. (....) De lading werd vervoerd op een pallet. De gemiddelde wrijvingscoëfficiënt van lading op een pallet is 0,2. De minimale wrijvingscoëfficiënt van een normaal wegdek is 0,6. Bij een plotselinge zijdelingse verplaatsing of een remming, om van een noodremming maar niet te spreken, waarbij de wrijvingscoëfficiënt op 0,8 ligt, is het natuurkundig onmogelijk voor de lading om NIET te verschuiven. Ook bij het nemen van een bocht betreft de centrifugaalkracht de helft van de massa van de lading.".
3.7. Op grond van de inhoud van het dossier gaat het hof uit van het gegeven, dat er sprake is van een aanhangwagen, die is voorzien van schotten aan voor- en achterzijde en aan beide zijkanten. Het eerder vermelde proces-verbaal geeft aan, dat de massa van de lading en de dynamische wrijvingscoëfficiënt van de lading op (naar het hof aanneemt:) de laadvloer niet kunnen voorkomen dat de lading gaat schuiven bij de versnelling die ten opzichte van die lading optreedt bij een noodstop of bij het nemen van een bocht. De norm, die geschonden zou zijn houdt echter in, dat het voertuig zodanig moet zijn beladen, dat de lading of delen daarvan niet van het voertuig kunnen vallen. In aanmerking nemende, dat niets is vastgesteld over de invloed van de schotten op de mogelijkheid van het vallen van de lading en over de stabiliteit van de lading, volgt naar het oordeel van het hof uit hetgeen is vastgesteld niet zonder meer dat is gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 5.18.6 VR. Dat is slechts anders, indien zou moeten worden aangenomen dat het enkele feit dat de lading kan gaan schuiven meebrengt dat er krachten gaan werken die, ongeacht de aanwezigheid van de schotten en het ontbreken van instabiliteit, veroorzaken dat een reële kans bestaat dat de lading valt.
3.8. Het hof zal, alvorens te beslissen, de advocaat-generaal in de gelegenheid stellen omtrent het onder 3.7. overwogene nadere informatie te verschaffen, zo mogelijk in de vorm van een door een deskundige uit te brengen rapport.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
draagt de advocaat-generaal op binnen zes weken de onder 3.8. gevraagde inlichtingen te verstrekken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

