Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT6876

Datum uitspraak2005-06-02
Datum gepubliceerd2005-06-07
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/492 AOR
Statusgepubliceerd


Indicatie

Geen sprake van een gegronde reden voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Verzet ongegrond.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/492 AOR U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposant, en het bestuur van de Stichting het Gebaar, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ’s-Gravenhage op 19 december 2003 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 03/03688 BESLU. Bij uitspraak van 30 december 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald. Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 4 februari 2005 verzet gedaan. Bij schrijven van 24 maart 2005 heeft opposant een aanvulling op zijn verzetschrift gegeven. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 21 april 2005. Partijen zijn, zoals tevoren door hen bericht, niet verschenen. II. MOTIVERING In het verzetschrift van 4 februari 2004 heeft opposant meegedeeld dat hij het griffierecht nog steeds niet kan betalen maar dat hij zal trachten het verschuldigde bedrag uiterlijk 5 maart 2005 te voldoen. In de aanvulling op het verzetschrift van 24 maart 2005 heeft opposant aangegeven dat het hem is gelukt om het verschuldigde griffierecht te verkrijgen en dat hij dit naar de Raad zal sturen. De Raad stelt vast dat het griffierecht niet (tijdig) is voldaan. De Raad ziet in hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd geen grond om het verzet gegrond te verklaren. De Raad is van oordeel dat opposant geruime tijd in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen. Daarbij is opposant erop gewezen dat overschrijding van de gestelde termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De door opposant geschetste omstandigheden, te weten dat hij ook studiekosten ten behoeve van zijn dochter moest voldoen, moeten voor zijn rekening en risico komen. Er is dan ook geen reden om het niet betalen van het griffierecht verontschuldigbaar te achten. Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2005. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) E. Heemsbergen. HD 03.05