Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT7234

Datum uitspraak2005-08-23
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers01008/05 H
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening


Conclusie anoniem

Nr. 01008/05 H Mr Machielse Zitting 7 juni 2005 Conclusie inzake: [Aanvrager] 1. Aanvrager van herziening is door de Rechtbank te Amsterdam bij verstekvonnis van 25 maart 2003 ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot twee weken hechtenis. Voorts heeft de Rechtbank aan de aanvrager een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 6 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze zaak hangt samen met de door dezelfde aanvrager ingediende herzieningsaanvraag met nr. 00467/05 H, waarin ik heden ook conclusie neem. 2. De herzieningaanvraag is ingediend door mr. A.J. van Ommeren, advocaat te Amsterdam. 3. De aanvraag berust op de stelling dat de auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Aangevoerd wordt dat aanvrager van beroep autohandelaar is en de op zijn naam staande voertuigen altijd direct aanmeldt bij zijn verzekering. In de aanvraag wordt dan ook gesteld dat de omstandigheid dat de voertuigen niet vermeld stonden in het Centraal Register Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (CRWAM) moet berusten op een miscommunicatie tussen zijn verzekeringsmaatschappij en de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex art. 34 WAM gevoegd welke op 11 december 2003 is afgegeven door Delta Lloyd Schadeverzekering NV, inhoudende dat op de pleegdatum 28 juli 1999 op naam van aanvrager een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] was verzekerd.(1) 4. Kennelijk is het desbetreffende voertuig dus door aanvrager wél bij zijn verzekeringsmaatschappij aangemeld, maar is het kenteken ten gevolge van een omissie niet doorgegeven aan de RDW, of door Delta Lloyd wel aan die instantie doorgegeven maar aldaar niet danwel onjuist geregistreerd. Wat er ook feitelijk precies mag zijn gebeurd, voornoemde door Delta Lloyd afgegeven verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Rechtbank vonnis had gewezen, doet in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de Rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager - die overigens in beide feitelijke instanties bij verstek is veroordeeld - zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. 5. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank van 25 maart 2003 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat deze op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Uit de bijgevoegde art. 34 WAM-verklaring kan voorts worden afgeleid dat de aanvrager bij Delta Lloyd kennelijk een zogenaamde "garageverzekering" heeft afgesloten, een verzekering die onder meer voor autohandelaren is bedoeld en een combinatie inhoudt van een algemene aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (avb) en een op de autobranche toegespitste motorrijtuigverzekering. Hierbij wordt aan de autodealer de mogelijkheid geboden op elk moment - tegenwoordig vaak zelfs via internet - middels de verzekeraar nieuwe kentekens bij de RDW aan te melden en niet meer bij het bedrijf in gebruik zijnde kentekens weer af te melden.


Uitspraak

23 augustus 2005 Strafkamer nr. 01008/05 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 25 maart 2003, nummer 13/621698-00, ingediend door mr. A.J. van Ommeren, advocaat te Amsterdam, namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Amsterdam van 6 februari 2001 - de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 28 juli 1999 met het motorvoertuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB], veroordeeld tot twee weken hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. 2. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte verklaring blijkt dat op 28 juli 1999 voor het motorvoertuig met het kenteken [AA-00-BB] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was. 3. De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien. 4. Beoordeling van de aanvrage 4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 11 december 2003 van Delta Lloyd Schadeverzekering NV te Amsterdam, welke verklaring inhoudt: "Het navolgende vormt de door u gevraagde verklaring ex artikel 34 WAM. Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) verklaart DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING NV, Spaklerweg 4, 1000 BA Amsterdam, codenummer CRWAM: [001] hierbij dat op 28.07.1999 voor het motorrijtuig, voorzien van het kenteken [AA-00-BB], een verzekering van kracht was welke aan de, op die datum, door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed en is gesloten onder polisnummer [002] en dat het CRWAM, voorzover noodzakelijk, is aangevuld dan wel gecorrigeerd." 4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Rechtbank uitspraak had gedaan, valt het ernstig vermoeden te ontlenen, dat de Rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. 5. Slotsom Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist. 6. Beslissing De Hoge Raad: Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond; Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 25 maart 2003; Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 augustus 2005.