Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT8174

Datum uitspraak2005-06-21
Datum gepubliceerd2005-06-27
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/5754 NABW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet ongegrond. Griffierecht niet betaald. Hoger beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5754 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij uitspraak van de Raad van 15 februari 2005 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 19 oktober 2004, reg.nr. 04/580 NABW, niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 juni 2005, waar opposant is verschenen. Geopposeerde heeft zich niet laten vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De uitspraak van de Raad van 15 februari 2005 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 17 november 2004 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest. In geding is de vraag of het hoger beroep van opposant terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven. Hetgeen in het aanvullend verzetschrift en ter zitting is aangevoerd bevat geen grond waarop redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest. Daarbij tekent de Raad aan dat opposant niet binnen de termijn aan de Raad om uitstel van betaling van het griffierecht heeft verzocht en - naar ter zitting is meegedeeld - de bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht in dit geding heeft gebruikt voor een ander doel, namelijk voor advocaatkosten. Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2005. (get.) G.A.J. van den Hurk. (get.) P.E. Broekman.