
Jurisprudentie
AT8558
Datum uitspraak2005-04-28
Datum gepubliceerd2005-07-01
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/00266
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2005-07-01
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/00266
Statusgepubliceerd
Indicatie
De betrokkene stelt dat het beroep tegen de beslissing van de kantonrechter tijdig is ingediend. De betrokkene heeft het beroepschrift op vrijdag 21 mei 2004 gedeponeerd in een 'rode' brievenbus op straat, ná het tijdstip van de lichting, maar voor 24.00 uur en derhalve voor het einde van de beroepstermijn. De betrokkene verwijst naar een arrest van het hof Leeuwarden (WAHV 02/00244), waarin het hof de betrokkene ontvankelijk heeft verklaard in het beroep, aangezien niet uitgesloten kon worden dat de betrokkene het beroep voor het einde van de beroepstermijn ter post had bezorgd. In deze zaak was de enveloppe waarin het beroepschrift was verzonden op de eerstvolgende dag na de dag waarop de beroepstermijn verstreek afgestempeld.
Het hof acht het in de onderhavige zaak niet aannemelijk dat de gemachtigde van de betrokkene het beroepschrift voor het einde van de beroepstermijn, te weten op vrijdag 21 mei 2004 vóór 24.00 uur, ter post heeft bezorgd, aangezien de enveloppe waarin het beroepschrift is verstuurd (pas) op maandag 24 mei 2004 is afgestempeld. Voor zover de gemachtigde het arrest van dit hof van toepassing acht op de onderhavige casus en op grond daarvan wil stellen dat hij door de kantonrechter in het beroep diende te worden ontvangen, berust deze stelling op een onjuiste opvatting. In de onderhavige zaak is immers de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden niet op de eerstvolgende dag na de dag waarop de beroepstermijn verstreek afgestempeld, maar pas drie dagen later.
Uitspraak
WAHV 05/00266
28 april 2005
CJIB 79067717594
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Dordrecht
van 28 oktober 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 9, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de artt. 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalde dient het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt art. 6:9 Awb dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
3.2. De beslissing van de officier van justitie is blijkens de daarop geplaatste mededeling op 9 april 2004 aan de betrokkene toegezonden. De beroepstermijn eindigde derhalve op vrijdag 21 mei 2004. Het beroepschrift, gedateerd 21 mei 2004, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 27 mei 2004 ingekomen bij het parket te Dordrecht, en niet zoals de kantonrechter abusievelijk in zijn beslissing heeft vermeld op 24 mei 2004. De enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden is blijkens het daarop geplaatste poststempel op (maandag) 24 mei 2004 afgestempeld. Het beroep is derhalve niet binnen de wettelijke termijn ingesteld.
3.3. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat het beroep tegen de beslissing van de kantonrechter tijdig is ingediend. De gemachtigde heeft het beroepschrift op vrijdag 21 mei 2004 gedeponeerd in een 'rode' brievenbus op straat, ná het tijdstip van de lichting, maar voor 24.00 uur en derhalve voor het einde van de beroepstermijn. De gemachtigde van de betrokkene verwijst naar een arrest van het hof Leeuwarden (WAHV 02/00244), waarin het hof de betrokkene ontvankelijk heeft verklaard in het beroep, aangezien niet uitgesloten kon worden dat de betrokkene het beroep voor het einde van de beroepstermijn ter post had bezorgd. In deze zaak was de enveloppe waarin het beroepschrift was verzonden op de eerstvolgende dag na de dag waarop de beroepstermijn verstreek afgestempeld.
3.4. Het hof acht het in de onderhavige zaak niet aannemelijk dat de gemachtigde van de betrokkene het beroepschrift voor het einde van de beroepstermijn, te weten op vrijdag 21 mei 2004 vóór 24.00 uur, ter post heeft bezorgd, aangezien de enveloppe waarin het beroepschrift is verstuurd (pas) op maandag 24 mei 2004 is afgestempeld. Voor zover de gemachtigde het arrest van dit hof van toepassing acht op de onderhavige casus en op grond daarvan wil stellen dat hij door de kantonrechter in het beroep diende te worden ontvangen, berust deze stelling op een onjuiste opvatting. In de onderhavige zaak is immers de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden niet op de eerstvolgende dag na de dag waarop de beroepstermijn verstreek afgestempeld, maar pas drie dagen later.
3.5. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld zal het hof het verzoek om een kostenveroordeling afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

