Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT9226

Datum uitspraak2005-07-13
Datum gepubliceerd2005-07-14
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/4633 NABW e.a.
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet. Termijnoverschrijding betalen griffierecht..


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/4633 NABW 04/4634 NABW 04/4635 NABW 04/4636 NABW 04/4636 NABW 04/4637 NABW 04/4638 NABW 04/4639 NABW 04/4640 NABW 04/4641 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN Bij uitspraken van 4 januari 2005 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad de door opposant ingestelde hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Utrecht van 14 juli 2004, reg.nrs. SBR 03/964, 03/3181, 03/2399, 03/1582, 03/1871, 03/3182, 03/1581, 03/963 en 03/965, niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraken heeft opposant verzet gedaan. De verzetten zijn gevoegd behandeld ter zitting van 11 mei 2005, waar opposant is verschenen en geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De uitspraken van de Raad van 4 januari 2005 berusten hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de bij de aangetekende brieven van 25 oktober 2004 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest. In verzet heeft opposant geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden. Het verzet dient ongegrond te worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. Voor de goede merkt de Raad nog op dat, overeenkomstig de wens van opposant, de Raad het door opposant - wel - betaalde bedrag aan griffierecht van € 102,-- heeft toegerekend aan zijn hoger beroep in het geding met reg.nrs. 04/4631 en 04/4632 NABW. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart de verzetten ongegrond. Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2005. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) M. Pijper.