Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT9251

Datum uitspraak2005-07-13
Datum gepubliceerd2005-07-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200501046/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 3 december 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan appellanten een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een pluimveehouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Someren, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 23 december 2004 ter inzage gelegd.


Uitspraak

200501046/1. Datum uitspraak: 13 juli 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellanten], beiden wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Someren, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 3 december 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan appellanten een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een pluimveehouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Someren, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 23 december 2004 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 31 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2005 per fax, beroep ingesteld. Bij brief van 11 april 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 juli 2005, waar uitsluitend verweerder, vertegenwoordigd door S.H.M. Lammers, ambtenaar van de gemeente, is verschenen. 2.    Overwegingen 2.1.     De Afdeling stelt vast dat bij het bestreden besluit een revisievergunning is verleend in overeenstemming met de ten behoeve daarvan door appellanten ingediende aanvraag. Niet gebleken is dat het dictum van het bestreden besluit niet overeenstemt met de beslissing die appellanten wensen. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat appellanten niettemin procesbelang hebben bij de beoordeling van het beroep. 2.2.    Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat. w.g. Brink    w.g. Van Hardeveld Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2005 312-399.