Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT9955

Datum uitspraak2005-06-23
Datum gepubliceerd2005-07-25
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
Zaaknummers11/015651-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank Dordrecht heeft verdachte vrijgesproken van aanranding van een tienjarig meisje. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de verklaringen van het slachtoffer weliswaar geen wezenlijke tegenstrijdigheden bevatten en authentiek lijken te zijn, maar dat deze verklaringen niet, dan wel onvoldoende worden bevestigd door enige andere verklaring.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Verstek Parketnummer : 11/015651-04 Zittingsdatum : 09 juni 2005 Uitspraak : 23 juni 2005 VERKORT STRAFVONNIS De rechtbank te Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum], ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres: [adres], thans wonende/verblijvende te [adres]. De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie. Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij zoals nader omschreven onder 3.2 van dit vonnis. 1. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van de dagvaarding is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit. {hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 oktober 2003 tot en met 31 december 2003 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] ([geboortedatum -en plaats slachtoffer]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, strelen en/of betasten van de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of het zoenen (op de mond) van die [slachtoffer] en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en)uit, hierin dat hij, verdachte, (telkens) - heeft gezegd dat hij, verdachte, het vriendje van die [slachtoffer] moest zijn en/of - dat zij, die [slachtoffer], haar smoel moest houden en/of niks mocht vertellen en/of stil moest zijn en/of - die [slachtoffer] onverhoeds heeft benaderd en/of - met zijn, verdachtes, psychische overwicht dat hij op die [slachtoffer] had verworven, die [slachtoffer] aan zijn. verdachtes, wil heeft onderworpen en/of een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad; subsidiair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 oktober 2003 tot en met 31 december 2003 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] ([geboortedatum -en plaats slachtoffer]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt . (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, strelen en/of betasten van de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of het zoenen (op de mond) van die [slachtoffer].} 2. De voorvragen 2.1 De geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is. 2.2 De bevoegdheid van de rechtbank Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. 2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. 2.4 De schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken. 3. Het onderzoek ter terechtzitting 3.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie - het ten laste gelegde bewezen achtend - heeft gevorderd overeenkomstig de als bijlage 2 aan dit vonnis gehechte vordering ter terechtzitting. {primair wettig en overtuigend bewezen: 12 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar} 3.2 De vordering van de benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: [benadeelde partij/slachtoffer], gemachtigde [naam gemachtigde], [adres]. Zij heeft gevorderd verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van 700,-- euro ter zake van geleden immateriële schade door het tenlastegelegde feit. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij alsmede tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel 4. De bewijsbeslissing De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het jonge meisje [slachtoffer] heeft aangerand, dan wel ontucht met haar heeft gepleegd. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat de verklaringen van [slachtoffer] weliswaar geen wezenlijke tegenstrijdigheden bevatten en authentiek lijken te zijn, doch stelt vast dat deze verklaringen niet, dan wel onvoldoende worden bevestigd door enige andere verklaring. De verklaring van [zus slachtoffer] acht de rechtbank daarvoor onvoldoende overtuigend omdat haar wetenschap met betrekking tot het ten laste gelegde vrijwel uitsluitend is gebaseerd op hetgeen zij van haar zus [slachtoffer] heeft gehoord. Hetgeen deze getuige op grond van eigen waarneming heeft verklaard acht de rechtbank onvoldoende overtuigend en in onvoldoende relatie staan tot het ten laste gelegde om te kunnen komen tot een bewezenverklaring. Hetgeen de getuige [getuige], onderwijzeres van [slachtoffer], heeft verklaard omtrent het gedrag van haar in de periode waarin de vermeende aanranding van [slachtoffer] zou hebben plaatsgevonden, levert evenmin een aanknopingspunt voor bewijs. Eerst nadat de ouders van [slachtoffer] getuige [getuige] op de hoogte hadden gesteld van wat zij van [slachtoffer] hadden vernomen, was er, aldus getuige [getuige], sprake van verandering in gedrag van het meisje. Tot op dat moment was zij een spontaan en levenslustig kind dat goed in de groep lag en waarin aan niets viel op te merken dat er iets aan de hand was. De rechtbank overweegt dat het weliswaar niet onmogelijk is dat verdachte, die geen onbekende was van het gezin [gezin slachtoffer], wat gemakkelijk en losjes met de beide meisjes [gezin slachtoffer] omging, maar zulks betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat er sprake was van aanranding en/of ontucht. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. 5. De vordering van de benadeelde partij Nu de verdachte zal worden vrijgesproken en aan hem geen straf of maatregel wordt opgelegd en er derhalve geen sprake kan zijn van door de verdachte veroorzaakte rechtstreekse schade uit een bewezenverklaard strafbaar feit, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, met verwijzing in de kosten als hierna in het dictum vermeld. 6. De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij/slachtoffer], gemachtigde [gemachtigde], [adres], niet-ontvankelijk in haar vordering en compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door: mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter, en mrs. H. Bedee en G.A.J.M. van Vugt, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juni 2005. Mr. Van Vugt is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.