Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AU2032

Datum uitspraak2005-09-01
Datum gepubliceerd2005-09-06
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Maastricht
Zaaknummers103465 KG ZA 05-281
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Handelen in strijd met artikel 21 RV. Bij vonnis van 3 juni 2005 heeft de voorzieningenrechter aan gedaagden, waaronder de huidige gedaagde, bevel gegeven tot het verlenen van medewerking aan het bezorgen van de as van wijlen de vader van partijen in de door hem gekozen urn, althans een urn, teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen de aan haar afgegeven as van wijlen de vader in vorenbedoelde urn te doen plaatsen in het familiegraf van de vader en de moeder van partijen. Door ter zittin te zwijgen over het feit dat hij - naar zijn mening - de enige echte rechthebbende is op het familiegraf, wat daarvan ook zij, en zich vervolgens bij de uitvoering van het vonnis van 3 juni 2005 daar wel op te beroepen en te weigeren om de gemeente Sittard-Geleen toestemming te verlenen om de bijzetting van de asbus in het familiegraf te verwerkelijken, maakt gedaagde naar het oordeel van de voorzieningenrechter misbruik van zijn recht. Hij heeft hiermee voor eiseres een onnodige rechtsgang naar de voorzieningenrechter noodzakelijk gemaakt.


Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak : 1 september 2005 Zaaknummer : 103465 / KG ZA 05-281 De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen inzake [Naam eiseres in conventie, gedaagde in reconventie], wonende te [B.], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, procureur mr. E.J.J.M. Kneepkens; tegen: [Naam gedaagde in conventie, eiser in reconventie], wonende te [R.], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, procureur mr. G.A.J.M. Niederer. 1. Het verloop van de procedure Eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: de zus, heeft gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna de te noemen: de broer, gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 29 augustus 2005, heeft de zus gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij haar vordering met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties nader heeft doen toelichten. Vervolgens is het geding voor enige tijd geschorst, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen hun geschil alsnog in der minne te regelen. Na de hervatting is gebleken dat zij niet tot overeenstemming waren gekomen. De broer heeft daarna aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, daarbij eveneens verwijzend naar op voorhand toegezonden producties. Aansluitend hebben partijen op elkaars stellingen gereageerd. Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. 2. Het geschil In conventie 2.1 Op [datum overlijden] is overleden de [naam vader], vader van de zus en de broer (hierna: de vader). Uit het huwelijk van de vader met [naam vader] (hierna: de moeder) zijn nog 7 kinderen geboren. De moeder is op [datum] overleden en zij is begraven in een familiegraf op de begraafplaats [naam]. De vader is in overeenstemming met zijn wens gecremeerd in het crematorium te Geleen. De zus alsmede vijf andere broers en zussen wensen dat de urn met de as van de vader wordt bijgezet in het graf van de moeder, daar dit volgens hen de wens van de vader was. De broer, alsmede nog een andere broer en zus, zijn echter van mening dat hun vader wenste dat zijn as wordt verstrooid. Naar aanleiding van dit geschil heeft de zus op 9 mei 2005 een kort geding aanhangig gemaakt. 2.2 De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 3 juni 2005 overwogen dat het, gelet op de tussen partijen bestaande verschillen van inzicht omtrent de wens van hun vader, het thans van belang is een beslissing te nemen zonder definitief karakter. Op die wijze blijft de mogelijkheid bestaan dat partijen alsnog tot overeenstemming komen omtrent de bestemming van de as van hun vader. Omdat het verstrooien van de as een onomkeerbare situatie betreft, terwijl bij bijzetting een eventuele latere verstrooiing tot de mogelijkheden blijft behoren, heeft de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gedaagden verboden de as van [de vader] te (doen) verstrooien en hen bevolen medewerking te verlenen aan het bezorgen van de as van wijlen [de vader] in de door hem gekozen urn, althans een urn, met bevel om binnen vijf dagen na betekening van dat vonnis aan de directeur/beheerder van het crematorium ‘Nedermaas’ gevestigd aan het Vouershof 1 te 6160 BA Geleen, schriftelijk te berichten dat de as van [de vader] aan de zus moet worden afgegeven, ten einde de zus in de gelegenheid te stellen de aan haar afgegeven as van wijlen [de vader] in een door hem uitgekozen urn, althans een urn, te doen plaatsen in het familiegraf van vader [en moeder] op de begraafplaats De Lindenheuvel, gevestigd aan de Eikenlaan of Kerkhoflaan, met machtiging aan de zus om, indien gedaagden gezamenlijk althans een of meer gedaagden in gebreke blijven aan het hiervoor aan hen gegeven bevel te voldoen, de afgifte van de as door het crematorium ‘Nedermaas’ voormeld te doen geschieden op vertoon en uit kracht van dat vonnis. 2.3 Thans stelt de zus dat het haar ten tijde van het voeren van voormeld kort geding niet bekend was dat de broer rechthebbende is van het betreffende familiegraf, welk recht de broer aan zich getrokken blijkt te hebben zonder goed overleg met de zus en verschillende broers en zussen van partijen. De broer weigert als rechthebbende van het graf de gemeente Sittard-Geleen toestemming te geven tot opening van het graf met het doel van voormelde bijzetting. Tevens weigert hij de toestemming te geven om op de grafsteen middels gravering de geboortedatum en datum overlijden van de vader[data] toe te voegen. De gemeente Sittard-Geleen heeft bij brief van 1 juli 2005 te kennen gegeven dat naar haar mening het vonnis van 3 juni 2005 niet duidelijk aangeeft dat de broer ten deze rechthebbende is en dat ook niet uit het vonnis expliciet blijkt dat de gemeente medewerking dient te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het vonnis. 2.4 De zus heeft op grond van het vorenstaande gevorderd dat de voorzieningenrechter de broer bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: gebiedt om binnen vijf dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis de gemeente Sittard-Geleen schriftelijk en onvoorwaardelijk toestemming te geven tot opening van het familiegraf van wijlen [de moeder], zich bevindend op de begraafplaats “De Lindenheuvel” te Sittard-Geleen aan de Eikenlaan/Kerkhoflaan, ter bijzetting van de urn met de asresten van [de vader], met machtiging aan de zus om, indien de broer in gebreke blijft tijdig aan het ten deze gevorderd bevel te voldoen, de opening van het graf door de gemeente Sittard-Geleen ter voormelde bijzetting van voormelde urn te doen geschieden op vertoon en uit kracht van dit vonnis; gebiedt om binnen vijf dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis schriftelijk en onvoorwaardelijk aan de gemeente Sittard-Geleen toestemming te geven de in de dagvaarding sub 9 vermelde gravering te laten plaats vinden, met machtiging aan de zus om, indien de broer in gebreke blijft, tijdig aan het ten deze gevorderd bevel te voldoen, de sub 9 vermelde gravering op vertoon en uit kracht van dit vonnis zelf te doen bewerkstelligen; het een en ander met veroordeling van de broer in de kosten van de procedure. 2.5.1 De vordering wordt door de broer weersproken, daartoe, zakelijk weergegeven, aanvoerende dat hij naar zijn mening door gebruik te maken van zijn bevoegdheid om als rechthebbende bedoelde toestemming te weigeren, geen misbruik van deze bevoegdheid heeft gemaakt. Daarvan is volgens de broer geen sprake, omdat hij met medeweten en toestemming van alle betrokkenen de begrafenis van de moeder heeft geregeld, waaronder het verkrijgen van grafrechten, en dus niet kan worden gezegd dat hij onder valse voorwendselen en buiten medeweten van de andere erfgenamen om rechthebbende van het betreffende graf is geworden. Tevens is er geen sprake van dat hij zijn bevoegdheid gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze gegeven is, nu het in zijn optiek de uitdrukkelijke wens van vader is geweest dat zijn as na crematie niet zou worden bijgezet doch verstrooit en er nog geen sprake is van een onherroepelijke uitspraak, daar hij in hoger beroep is gegaan van het vonnis van 3 juni 2005, zodat het niet meer dan logisch is dat hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid, aldus de broer. 2.5.2 Voorts voert de broer aan dat indien later alsnog tot verstrooiing van de as over moet worden gegaan, het graf volledig geopend moet worden, hetgeen tot beschadiging van het grafmonument kan leiden. Aanpassing van de belettering leidt zijns inziens tot een onomkeerbare situatie, daar deze altijd zichtbaar zal blijven. 2.5.3 Tenslotte heeft de broer het spoedeisend belang van de vordering van de zus betwist, nu er op dit moment geen sprake meer is van de dreiging van verstrooiing van de as. In reconventie 2.6 De broer heeft in reconventie aangevoerd, dat nu bijzetting van de urn vooralsnog niet heeft plaatsgevonden en wellicht ook in de naaste toekomst niet zal plaatsvinden, daarmee de grondslag is komen te ontvallen aan het bezit van de urn onder de zus. Nu ook de broer (en enige andere erfgenamen) zekerheid wensen te hebben omtrent de onschendbaarheid van de urn ligt het in de rede dat de zus, in afwachting van bijzetting dan wel verstrooiing, de urn afgeeft ter tijdelijke bijzetting hetzij op het crematorium hetzij in de urnenwand op de begraafplaats te Lindenheuvel. 2.7 De broer heeft op grond van het vorenstaande gevorderd dat de voorzieningenrechter de zus bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. beveelt binnen vijf dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis onvoorwaardelijke zorg te dragen voor retournering dan wel onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan teruggaaf van de urn met de as van [de vader] aan het crematorium Nedermaas te Geleen dan wel onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan bijzetting van voornoemde urn met as in de urnenmuur van de begraafplaats Lindenheuvel te Geleen, een en ander uitdrukkelijk in afwachting van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak omtrent de asbestemming van [de vader], met machtiging aan de broer om, indien de zus in gebreke blijft tijdig aan het ten deze gevorderde bevel te voldoen, voornoemde teruggaaf en bijzetting van voornoemde urn en as te doen geschieden op vertoon en uit kracht van dit vonnis; 2. de zus te veroordelen in de kosten vallende op deze procedure. 2.8 De zus heeft de vordering bestreden, waartoe wordt verwezen naar hetgeen door haar in conventie is aangevoerd. 3. De beoordeling In conventie 3.1 Het in het vonnis van 3 juni 2005 gegeven bevel aan gedaagden tot het verlenen van medewerking aan het bezorgen van de as van wijlen [de vader] in de door hem gekozen urn, althans een urn, ten einde de zus in de gelegenheid te stellen de aan haar afgegeven as van wijlen [de vader] in vorenbedoelde urn te doen plaatsen in het familiegraf van [de vader] en [de moeder], impliceert dat de broer in alle opzichten zijn medewerking dient te verlenen aan de daadwerkelijke plaatsing van de urn in het familiegraf. 3.2 Bij de behandeling van het vorige kort geding heeft de broer het feit dat hij rechthebbende op het graf is en zich op het standpunt stelt dat hij de enige rechthebbende op dat graf is, niet aan de orde gesteld. Desgevraagd heeft de broer thans verklaard dat hij hiervan geen melding heeft gemaakt, daar volgens hem de andere familieleden hiervan kennis droegen. Ingevolge artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn partijen echter verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Dat de broer rechthebbende op het graf is en het standpunt inneemt dat de andere familieleden geen rechthebbende zijn, betreft een feit dat zeer zeker van belang was voor de beslissing van de voorzieningenrechter, nu ingevolge artikel 62, lid 3 van de Wet op de Lijkbezorging de bijzetting van een asbus in of op een graf waarop een uitsluitend recht berust, slechts kan geschieden met toestemming van de rechthebbende op het graf. Voor de broer moet dit ook duidelijk zijn geweest. Hij had aldus van dit feit melding dienen te maken, zodat de voorzieningrechter dit aspect in zijn overwegingen had kunnen meenemen en hiervoor desgewenst een voorziening had kunnen treffen. 3.3 Door ter zitting te zwijgen over het het feit dat hij -naar zijn mening- de enige rechthebbende is op het familiegraf, wat daarvan ook zij, en zich vervolgens bij de uitvoering van het vonnis van 3 juni 2005 daar wel op te beroepen en vervolgens te weigeren om de gemeente Sittard-Geleen toestemming te verlenen om de bijzetting van de asbus in het familiegraf te verwerkelijken, maakt de broer daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter misbruik van zijn recht. Hij heeft hiermee voor de zus een onnodige rechtsgang naar de voorzieningenrechter noodzakelijk gemaakt. 3.4 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat hetgeen door de zus onder sub1 wordt gevorderd dient te worden toegewezen, teneinde de volledige uitvoering van het vonnis d.d. 3 juni 2005 alsnog mogelijk te maken. De vordering sub 2 zal echter worden afgewezen, nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter het aanbrengen van een gravering op de grafsteen een (te) definitief karakter draagt, daar het zeer waarschijnlijk is dat deze gravering niet zonder beschadiging van de steen zal kunnen worden verwijderd in het geval dat in hoger beroep, dan wel een eventueel te voeren bodemprocedure, alsnog zou worden bepaald dat tot verstrooiing van de as van de vader dient te worden overgegaan. 3.5 De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de broer te veroordelen in de kosten van de procedure aan de zijde van de zus gevallen. In reconventie 3.6 Gelet op hetgeen is overwogen in conventie, dient de vordering in reconventie te worden afgewezen. De broer zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie aan de zijde van de zus gevallen, welke tot op heden worden begroot op nihil. 4. De beslissing De voorzieningenrechter: In conventie wijst de gevorderde voorziening sub 1 toe; gebiedt de broer om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de gemeente Sittard-Geleen schriftelijk en onvoorwaardelijk toestemming te geven tot opening van het familiegraf van wijlen [de moeder], zich bevindend op de begraafplaats “De Lindenheuvel” te Sittard-Geleen aan de Eikenlaan/Kerkhoflaan, ter bijzetting van de urn met de asresten van [de vader], met machtiging aan de zus om, indien de broer in gebreke blijft tijdig aan het ten deze gevorderd bevel te voldoen, de opening van het graf door de gemeente Sittard-Geleen ter voormelde bijzetting van voormelde urn te doen geschieden op vertoon en uit kracht van dit vonnis; wijst de gevorderde voorziening sub 2 af; veroordeelt de broer in de proceskosten tot aan dit vonnis gerezen en aan de zijde van de zus begroot op € 244,- aan vast recht, € 85,60 voor explootkosten en € 816,- voor salaris procureur; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af de meer of anders gevorderde voorzieningen; In reconventie wijst de gevorderde voorziening af; veroordeelt de broer in de proceskosten tot aan dit vonnis gerezen en aan de zijde van de zus begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Bergmans, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier. EvdS