Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AU5822

Datum uitspraak2005-11-04
Datum gepubliceerd2005-11-09
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Dordrecht
ZaaknummersAWB 05/126
Statusgepubliceerd


Indicatie

Vast staat dat eisers aanvraag niet ziet op adoptie of pleegzorg als bedoeld in artikel 3:2 van de WAZO, maar dat het hier betreft het in het gezin opnemen van een eigen natuurlijk erkend kind. Gelet hierop kon eiser geen aanspraak maken op een WAZO-uitkering. Uit de tekst van genoemde wetsartikelen maakt de rechtbank op dat de wetgever hierin een limitatief bedoeld aantal gevallen heeft beschreven waarin een werknemer recht heeft op verlof. Gelet hierop heeft verweerder geen ruimte om rekening te houden met de door eiser genoemde feiten en omstandigheden. Verweerder was derhalve gehouden de aanvraag van eiser af te wijzen.


Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT Sector Bestuursrecht Reg.nr: AWB 05/126 Uitspraak in de zaak van [XXX] te Dordrecht, eiser, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, gemachtigde: mr. P.C.M. Huijzer, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Verweerder heeft bij besluit van 27 september 2004 eiser een uitkering krachtens de Wet arbeid en Zorg (verder te noemen: WAZO) geweigerd. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 14 oktober 2004 bezwaar gemaakt bij verweerder. Bij besluit van 27 december 2004 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 26 januari 2005 beroep ingesteld bij de rechtbank. De zaak is op 23 september 2005 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer. Eiser is in persoon ter zitting verschenen. Verweerder is ter zitting verschenen bij gemachtigde. II. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 3:2, eerste lid, van de WAZO heeft de werknemer in verband met de adoptie van een kind recht op verlof zonder behoud van loon. Ingevolge het vierde lid van dit artikel zijn het eerste, tweede en derde lid en de artikelen 3:3, tweede lid, 3:4 en 3:5 van overeenkomstige toepassing op de werknemer die een pleegkind opneemt als bedoeld in artikel 5:1, tweede lid , onder d. Verweerder is bij het bestreden besluit, onder handhaving van zijn besluit van 27 september 2004, op het standpunt blijven staan dat eiser een uitkering krachtens de WAZO moet worden geweigerd, omdat in het geval van eiser geen sprake is van adoptie maar van het in zijn gezin opnemen van een erkend kind. Eiser kan zich hiermee niet verenigen. Hij heeft hiertoe - kort gezegd - aangevoerd dat er sprake is van opname van een kind in het gezin teneinde het langdurig te verzorgen en op te voeden, zodat eiser voldoet aan de voorwaarde die is gesteld in een brochure die verweerder over dit onderwerp heeft opgesteld. De rechtbank overweegt het volgende. Uit een akte van 21 november 2001 opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van het district [plaats] te Suriname blijkt dat op [geboortedatum] uit [de vrouw] is geboren [kind]. Met toestemming van de moeder heeft eiser op 5 maart 2003 [kind] erkend als zijn natuurlijk kind. Op 21 januari 2004 heeft eiser per 6 oktober 2003 een WAZO-uitkering aangevraagd in verband met adoptie of pleegzorg. Vast staat dat eisers aanvraag niet ziet op adoptie of pleegzorg als bedoeld in artikel 3:2 van de WAZO, maar dat het hier betreft het in het gezin opnemen van een eigen natuurlijk erkend kind. Gelet hierop kon eiser geen aanspraak maken op een WAZO-uitkering. Uit de tekst van genoemde wetsartikelen maakt de rechtbank op dat de wetgever hierin een limitatief bedoeld aantal gevallen heeft beschreven waarin een werknemer recht heeft op verlof. Gelet hierop heeft verweerder geen ruimte om rekening te houden met de door eiser genoemde feiten en omstandigheden. Verweerder was derhalve gehouden de aanvraag van eiser af te wijzen Verder kan de rechtbank eiser niet volgen in zijn betoog dat hij rechten kan ontlenen aan de inhoud van de brochure van verweerder. Nog daargelaten dat een brochure algemene informatie verstrekt, is de brochure in algemene termen gericht op inkomen bij zwangerschap, adoptie en pleegzorg. De situatie van eiser is in deze brochure niet beschreven. Het had dan ook op de weg van eiser gelegen zich nader te laten informeren. Overigens wordt ook in de brochure vermeld dat aan het gestelde in de brochure geen rechten kunnen worden ontleend. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder terecht eiser een uitkering krachtens de WAZO heeft geweigerd. Eisers beroep moet derhalve ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De rechtbank Dordrecht: - verklaart het beroep ongegrond. Aldus gegeven door mr. M.A.C. Prins, rechter, en door deze en C. Groenewegen, griffier, ondertekend. De griffier, De rechter, Uitgesproken in het openbaar op: Afschrift verzonden op: Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende beroep instellen. Het instellen van het beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.