
Jurisprudentie
AV0760
Datum uitspraak2006-01-05
Datum gepubliceerd2006-02-02
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/528 WUV
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-02-02
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/528 WUV
Statusgepubliceerd
Indicatie
Niet gerechtigd om een verzoek tot herziening in te dienen van een ten aanzien van overledene genomen besluit tot weigering WUV-uitkering.
Uitspraak
05/528 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de erven van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats], eisers,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 30 december 2004, kenmerk JZ/T90/2004/0828, heeft verweerster ten aanzien van eisers een besluit genomen.
Tegen dit besluit hebben eisers op bij beroepschrift aangegeven gronden bij de Raad beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 24 november 2005.
Aldaar is namens eisers verschenen W.F. Bekker, wonende te Venlo, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij het nu bestreden besluit heeft verweerster gehandhaafd haar opvatting dat eisers niet gerechtigd zijn om een verzoek tot herziening in te dienen van een ten aanzien van wijlen [betrokkene] genomen besluit tot weigering van een periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overweegt dat die opvatting spoort met het door hem bij uitspraak van 3 juli 2003, nr. 02/2417 WUV, gegeven oordeel over het door verweerster ten aanzien van een eerder soortgelijk verzoek van eisers genomen besluit.
Het beroep van eisers kan derhalve niet slagen.
De Raad acht voorts geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2006.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.

