
Jurisprudentie
AV0946
Datum uitspraak2006-02-01
Datum gepubliceerd2006-02-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200507286/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-02-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200507286/1
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 1 oktober 2004 heeft verweerder een aantal coördinaten gewijzigd in de bij besluiten van 24 februari 2003 aan [vergunninghouders] op grond van de Natuurbeschermingswet voor het jaar 2003 verleende vergunningen voor het mechanisch winnen van wadpieren in aangewezen gebieden in het staatsnatuurmonument Waddenzee.
Uitspraak
200507286/1.
Datum uitspraak: 1 februari 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A], [appellant B] en [appellant C] te [plaats],
en
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 1 oktober 2004 heeft verweerder een aantal coördinaten gewijzigd in de bij besluiten van 24 februari 2003 aan [vergunninghouders] op grond van de Natuurbeschermingswet voor het jaar 2003 verleende vergunningen voor het mechanisch winnen van wadpieren in aangewezen gebieden in het staatsnatuurmonument Waddenzee.
Bij besluit van 5 juli 2005 heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 12 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 15 augustus 2005, beroep ingesteld.
De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 september 2005.
Bij brief van 11 oktober 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 januari 2006, waar appellanten in persoon en bijgestaan door mr. M.F.A. Dankbaar, advocaat te Haarlem, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.E. de Groot, ambtenaar van het ministerie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting hebben appellanten het beroep ingetrokken voor zover dat is ingediend namens [appellant A] en [appellant C]. Het beroep van [appellant B] is gehandhaafd.
2.2. De Afdeling oordeelt ambtshalve als volgt.
Bij het primaire besluit van 1 oktober 2004 zijn de vergunningen van 24 februari 2003 gewijzigd. Deze vergunningen zijn evenwel op 1 januari 2004 geëxpireerd. Niet is gebleken dat appellant niettemin enig belang heeft bij een oordeel over het primaire besluit. Verweerder heeft het tegen dit besluit gerichte bezwaar dan ook terecht, zij het op onjuiste gronden, niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Rop
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2006

