Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1485

Datum uitspraak2006-02-10
Datum gepubliceerd2006-02-10
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/551619-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Algehele vrijspraak vrachtwagenchauffeur van betrokkenheid bij noodlottig verkeersongeval op 23 september 2004 in Doetinchem


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Meervoudige kamer voor strafzaken Parketnummer: 06/551619-05 Uitspraak d.d.: 10 februari 2006 Tegenspraak / dnip / onip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [postcode, woonplaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 september 2005 en 27 januari 2006. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 23 september 2004 te Doetinchem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee heeft gereden over de weg, de C. Missetstraat, terwijl de omstandigheden ter plaatse van de aanrijding als volgt waren: - de rijbaan van de C. Missetstraat was circa 6.20 meter breed en door middel van een onderbroken streep verdeeld in twee rijstroken en/of - naast de rijbaan lag aan beide zijden een aanliggend fietspad, dat door middel van een onderbroken streep was gescheiden van de rijbaan en/of - voornoemd fietspad was door middel van rood asfalt aangegeven en/of was aangeduid door middel van een bord model G11 (verplicht fietspad) van de Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of - in de rijrichting van verdachte had de C. Missetstraat naar rechts een kruising/splitsing met de Spinbaan en/of - rechts naast verdachtes voertuig reed in dezelfde richting als verdachte een fietser, die bij de kruising/splitsing met de Spinbaan rechtdoor wilde rijden. Hij - verdachte - heeft zich, gelet op voornoemde omstandigheden, toen daar, zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij: - heeft gereden terwijl de aan de rechterzijde van zijn, verdachtes, voertuig gemonteerde zogenaamde trottoirspiegel, althans een aan de rechterzijde gemonteerde spiegel, (te) ver naar binnen stond gericht (waardoor - slechts - een breedte van ongeveer een halve meter naast voornoemd voertuig op het wegdek zichtbaar was) althans niet stond afgesteld conform het gestelde in Afdeling 3 (Gezichtsvelden van de verplichte spiegels en van gezichtsverbeterende voorzieningen als bedoeld in artikel 5.3.45a van het Voertuigreglement) van de Regeling Permanente Eisen en/of - bij het afslaan naar rechts een fietser die zich op dezelfde weg naast dan wel rechts dicht achter hem bevond, niet voor heeft laten gaan en/of - niet zijn voertuig tot stilstand heeft gebracht binnen een afstand waarover hij de weg kon overzien en/of waarover deze vrij was, waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig tegen die fietser is aangereden en/of gebotst en/of die fietser heeft overreden, waardoor [slachtoffer] (bestuurder fiets) werd gedood en/of zwaar lichamelijk letsel (te weten een verbrijzelde kaak en/of fracturen aan hoofd en/of ribben en/of borstbeen en/of benen) heeft bekomen; art 6 Wegenverkeerswet 1994 ALTHANS, dat hij op of omstreeks 23 september 2004 te Doetinchem als bestuurder van een voertuig (vrachtauto), daarmee heeft gereden op de weg, de C. Missetstraat, waarbij hij: - heeft gereden terwijl de aan de rechterzijde van zijn, verdachtes, voertuig gemonteerde zogenaamde trottoirspiegel, althans een aan de rechterzijde gemonteerde spiegel, (te) ver naar binnen stond gericht (waardoor - slechts - een breedte van ongeveer een halve meter naast voornoemd voertuig op het wegdek zichtbaar was) althans niet stond afgesteld conform het gestelde in Afdeling 3 (Gezichtsvelden van de verplichte spiegels en van gezichtsverbeterende voorzieningen als bedoeld in artikel 5.3.45a van het Voertuigreglement) van de Regeling Permanente Eisen en/of - bij het afslaan naar rechts een fietser die zich op dezelfde weg naast dan wel rechts dicht achter hem bevond, niet voor heeft laten gaan en/of - niet zijn voertuig tot stilstand heeft gebracht binnen een afstand waarover hij de weg kon overzien en/of waarover deze vrij was, waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde voertuig tegen een fietser is aangereden en/of gebotst en/of die/een fietser heeft overreden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994. Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de tenlastelegging verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank acht met name niet bewezen dat hier sprake is geweest van zeer, danwel aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden al die handelingen verricht die redelijkerwijs van hem verwacht mochten worden, hetgeen in het bijzonder ook geldt ten aanzien van het op zijn gezichtsveld ingesteld zijn van de trottoirspiegel. De rechtbank acht evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte subsidiair ten laste is gelegd, temeer twijfelachtig is of het tenlastegelegde zich wel heeft afgespeeld op de C. Missetstraat te Doetinchem. De verdachte behoort zowel van het primair als het subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken. BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair danwel het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 februari 2006.