
Jurisprudentie
AV2543
Datum uitspraak2006-02-16
Datum gepubliceerd2006-02-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/1602 WUBO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-02-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/1602 WUBO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Voorziening inzake de aanschafkosten van een auto met automatische transmissie.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/1602 WUBO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verweerster heeft onder dagtekening 31 januari 2005, kenmerk JZ/Z70/2005, ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna te noemen: de Wet).
Namens eiseres heeft mr. A.C.M. Peperkamp, verbonden aan DAS rechtsbijstand, tegen dit besluit bij de Raad beroep in gesteld. In het beroepschrift is aangegeven waarom eiseres zich niet met het bestreden besluit kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 5 januari 2006. Aldaar is eiseres in persoon verschenen. Verweerster heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Eiseres, geboren in 1932 te Malang, is in 1993 erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet. Blijkens de stukken zijn haar psychische klachten, rugklachten, knieklachten en gebitsklachten aanvaard als staande in verband met haar oorlogservaringen, maar is een dergelijk verband door verweerster niet aanvaard met betrekking tot de bij eiseres aanwezige hart- en longklachten en haar migraine. Aan eiseres zijn onder meer de toeslag als bedoeld in artikel 19 van de Wet en een vergoeding van kosten van huishoudelijke hulp toegekend alsmede bij besluit van 17 januari 2003 een tegemoetkoming voor kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer (DMV).
In juni 2004 heeft eiseres bij verweerster een aanvraag ingediend om een voorziening inzake de aanschafkosten van een auto met automatische transmissie.
Deze aanvraag heeft verweerster bij besluit van 23 september 2004, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gewijzigd bij het bestreden besluit, afgewezen op de grond dat er voor deze voorziening geen medische noodzaak is op grond van de oorlogsinvaliditeit van eiseres. Verweerster heeft daartoe overwogen dat er bij eiseres geen sprake is van zodanig ernstige beperkingen op grond van haar oorlogsinvaliditeit dat zij geen gebruik kan maken van de taxi of openbaar vervoer. Daarbij heeft verweerster voorts vermeld dat eiseres recentelijk gebruik heeft gemaakt van de metro en van een touringcar. Volgens verweerster is er evenmin sprake van een medisch sociale wenselijkheid die grond kan vormen voor toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van aanschaf van een auto.
Wel heeft verweerster eiseres bij het bestreden besluit in aanmerking gebracht voor een vergoeding van de kosten van vervoer voor het onderhouden van sociale contacten tot een bedrag van € 113,45 per maand, onder wijziging van het eerder toegekende bedrag voor DMV, omdat zij van oordeel is dat er bij eiseres wel zodanige beperkingen zijn voor het reizen per openbaar vervoer dat er voor die voorziening een medische noodzaak is.
Eiseres kan zich met dat besluit niet verenigen. Zij betwist dat zij gebruik kan maken van het openbaar vervoer of een taxi. Er was sprake van grote angst en paniek toen zij in het verleden enkele malen een taxi heeft gebruikt en zij zou alleen bij haar echtgenoot in een auto kunnen stappen. Voorts was het gebruik van de metro zo’n nare ervaring dat zij nooit meer met de metro zal reizen. In de touringcar waarin zij heeft gereisd zaten alleen mensen die zij al zeer lang kent, een voor haar veilige omgeving die niet te vergelijken is met het gebruik maken van openbaar vervoer.
De Raad dient antwoord te geven op de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen door eiseres in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. Hij beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Verweerster acht een medische indicatie als bedoeld in artikel 32 van de Wet voor vergoeding van de aanschafkosten van een auto aanwezig indien er op grond van causale ziekten of gebreken sprake is van zodanige beperkingen dat geen gebruik gemaakt kan worden van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro) en evenmin van een taxi. De Raad heeft reeds vele malen uitgesproken deze benadering van verweerster in zijn algemeenheid niet onjuist of onredelijk te achten. Voorts heeft de Raad tevens reeds meermalen uitgesproken dat hij, gezien het inmiddels algemeen gebruikelijke karakter van de onderhavige voorziening, verweerster gerechtigd acht aan deze benadering een strikte toepassing te geven.
Tussen partijen is niet in geschil dat het gebruik van openbaar vervoer door causale aandoeningen van eiseres bemoeilijkt is - naar ter zitting van de kant van verweerster is meegedeeld wordt ervan uitgegaan dat eiseres slechts onder begeleiding van openbaar vervoer gebruik kan maken -, om welke reden zij door verweerster ook in aanmerking is gebracht voor vergoeding van de kosten van sociaal vervoer. Partijen verschillen echter van inzicht over de vraag of bij eiseres sprake is van een totale beperking om te reizen met het openbaar vervoer en met een taxi.
Verweerster heeft haar standpunt gebaseerd op de adviezen van haar geneeskundig adviseurs, die de beschikking hadden over de reeds uit eerder verricht medisch onderzoek verkregen gegevens en over recente informatie van de huisarts van eiseres, terwijl voorts in de bezwaarfase nog medisch onderzoek is verricht door de arts N.F. Vogel en informatie verkregen van de eiseres behandelend fysiotherapeut. Op basis van het door de arts Vogel uitgebrachte rapport van onderzoek is de geneeskundig adviseur van verweerster van opvatting dat niet kan worden gesteld dat voor eiseres het gebruik van openbaar vervoer en taxi niet mogelijk is op grond van niet-causale aandoeningen.
Uit het rapport van Vogel komt naar voren dat eiseres de laatste jaren meermalen met de metro heeft gereisd, zij het in aanwezigheid van haar man en zij het dat die reizen gepaard gingen met angstgevoelens. Ook heeft eiseres in het recente verleden enkele malen een dagtocht gemaakt met de touringcar van de Shell pensioenvereniging.
Zoals eiseres zelf aangeeft, is het niet zo dat zij bang is voor mensen; zij doet, zo blijkt ook uit de gedingstukken, boodschappen en verricht activiteiten die samenhangen met de kerk, zij gaat als diacones op huisbezoek, is gespreksleidster in de kerk en dergelijke.
Evenmin is er bij eiseres sprake van controledwang in die zin dat zij onder alle omstandigheden zelf achter het stuur zou moet zitten.
Eiseres is met name bang voor handtastelijkheden en om belaagd te worden in het openbaar vervoer.
Met verweerster is de Raad van oordeel, dat uit het vorenstaande niet kan worden afgeleid dat er sprake is van een totale beperking om van het openbaar vervoer en zelfs van een taxi gebruik te maken. Onderkend wordt dat eiseres angstgevoelens ondervindt bij het gebruik van openbaar vervoer, maar uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat er sprake is van psychische decompensatie als gevolg daarvan.
Verweersters besluit geen vergoeding te verlenen van de aanschafkosten van een auto met automatische transmissie, kan derhalve, mede gelet op de strikte toepassing die verweerster aan artikel 32 van de Wet geeft, in stand blijven.
Verweersters in het bestreden besluit tevens vervatte weigering om aan eiseres een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33 van de Wet toe te kennen, kan naar het oordeel van de Raad eveneens in rechte stand houden nu niet is voldaan aan de ook in dat kader gehanteerde eis dat sprake is van een totale beperking om van het openbaar vervoer gebruik te maken.
Het voorgaande betekent dat het beroep van eiseres ongegrond verklaard moet worden.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2006.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) J.P. Schieveen.

