Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV2901

Datum uitspraak2006-02-17
Datum gepubliceerd2006-03-02
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamGerechtshof Amsterdam
Zaaknummers04/4467 DK
Statusgepubliceerd
SectorDouanekamer


Indicatie

De Douanekamer van het Hof verklaart zich onbevoegd terzake van uitnodigingen tot betaling betreffende antidumpingrechten.


Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Douanekamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 Awb in de zaak nr. 04/4467 DK de dato 17 februari 2006 1. De procedure 1.1. Op 17 november 2004 is een beroep-schrift ingekomen van Y belastingadviseur te Z, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V, te Q, belanghebbende.Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Douane O (hierna: de inspecteur), van 8 november 2004, nr. .., waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodigingen tot betaling van 28 februari 2004, nummers ...104A, - 0105A en 0106A voor een bedrag van respectievelijk € 23.329, € 91.303 en € 8.137 aan antidumpingrechten, werd afgewezen. 1.2. Van belanghebbende is door de griffier van de Douanekamer van het Gerechtshof (hierna: de Douanekamer) een griffierecht van € 273 geheven. Het beroepschrift is aangevuld bij de brief van 7 januari 2005. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. In laatstgenoemde brief heeft belanghebbende vermeld dat ten aanzien van de onderhavige uitnodigingen tot betaling ook beroep is ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 2. Overwegingen ten aanzien van het beroep 2.1 De hierna volgende rechtsoverwegingen laten zien dat de Douanekamer aan het eigenlijk geschil, dat partijen verdeeld houdt niet kan toekomen. 2.2. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2004, nr. 38.907, Douanerechtspraak 2004/37* en BNB 2004/199*, had de onderhavige procesgang op de voet van artikel 30d, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze bepaling destijds gold, te weten bezwaar bij de inspecteur en beroep bij de Douanekamer, alleen maar gevolgd kunnen worden, indien het geschil in het kader van de antidumpingheffing was ontstaan ten gevolge van een beschikking van de inspecteur, inhoudende indeling in het douanetarief als bedoeld in artikel 20, lid 3, van het Communautair douanewetboek. 2.3. Nu in casu het geschil is ontstaan naar aanleiding van de uitreiking van een uitnodiging tot betaling, moet de Douanekamer – wederom gelet op voornoemd arrest van de Hoge Raad – zich onbevoegd verklaren. 3. De proceskosten De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht. 4. De beslissing De Douanekamer: - verklaart zich onbevoegd; - gelast de Staat der Nederlanden het griffierecht ad € 273 aan belanghebbende te vergoeden. Aldus vastgesteld op 17 februari 2006 door mr. F.H.M. Possen, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken. De griffier: De voorzitter: Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep een verzetschrift worden ingediend bij de Douanekamer van het Gerechtshof. Daarbij kunt u vragen in de gelegenheid te worden gesteld op een zitting te worden gehoord. Een kopie van deze uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en dient ten minste te bevatten: de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht, de gronden van het verzet. Indien de Douanekamer het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.