
Jurisprudentie
AV3761
Datum uitspraak2006-02-03
Datum gepubliceerd2006-03-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/01029
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-03-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/01029
Statusgepubliceerd
Indicatie
Art. 5 WAHV; Horkenlijn; doorgeven van gegevens, twijfel aan de juistheid van de inleidende beschikking. vernietiging daarvan.
Uitspraak
WAHV 05/01029
3 februari 2006
CJIB 99075378405
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem
van 31 mei 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [[woonplaats]]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om een onkostenvergoeding.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Het hof heeft bij brief van 30 september 2005 de advocaat-generaal verzocht aanvullende informatie in te dienen.
Bij brief van 3 november 2005 heeft de advocaat-generaal aanvullende informatie ingediend.
De betrokkene heeft een reactie gegeven op de aanvullende informatie. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting.
De zaak is behandeld ter zitting van 20 januari 2006. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen
mr. W.S. Sikkema.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 95,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 31 juli 2004 op de Hoofdweg Oostzijde te Hoofddorp met het voertuig met het kenteken [kenteken]
3.2. De gedraging zou visueel door de verbalisant zijn waargenomen, waarna de verbalisant de gedraging en - in ieder geval - het kenteken van het door hem waargenomen voertuig heeft ingesproken op het antwoordapparaat van de zogenaamde "Horkenlijn". De gegevens zijn later door de afdeling "Tobias" uitgewerkt in een proces-verbaal.
3.3. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Volgens de betrokkene kan het niet anders zijn dat de verbalisant een fout kenteken heeft ingesproken op het antwoordapparaat van de "Horkenlijn" en dat de afdeling "Tobias" de overige gegevens van het voertuig, zoals kleur, merk en type, later heeft aangevuld. De betrokkene onderbouwt deze stelling met het feit dat zijn voertuig, alhoewel als groen in het kentekenregister staat geregistreerd, altijd als blauw wordt herkend en dat zijn auto, een Cadillac, in het geheel niet lijkt op een Cadillac. Volgens de betrokkene heeft de verbalisant aan hem toegegeven dat hij alleen het kenteken van het voertuig heeft doorgegeven en geen andere kenmerken. Tenslotte voert de betrokkene aan dat hij in de buurt van de plaats van de gedraging een voertuig heeft zien rondrijden met bijna hetzelfde kenteken als het kenteken van het voertuig van de betrokkene. De betrokkene heeft foto's van dit voertuig overgelegd.
3.4. In het op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal d.d. 31 oktober 2005 heeft de verbalisant onder meer het volgende verklaard:
"Na het bellen van de Horkenlijn, krijg je een antwoordapparaat te horen met hierop het verzoek om informatie over de overtreding in te spreken. Hierbij worden gevraagd:
- naam van de verbalisant;
- dienstnummer van de verbalisant;
- omschrijving van de overtreding;
- locatie, datum en tijdstip van de overtreding;
- kenteken, merk, kleur van het voertuig.
De ingesproken tekst wordt vervolgens door medewerkers van de afdeling Verkeershandhaving uitgeluisterd en wordt er een concept proces-verbaal door hen opgemaakt en via de mailfunctie ter controle en ter goedkeuring aan de betrokken verbalisant verzonden. De verbalisant print een en ander op zijn werkplek uit, tekent het proces-verbaal en stuurt het proces-verbaal middels de interne post retour.
(...)
Met betrekking tot de gestelde vragen welke gegevens bij bovengenoemd Horkenlijn proces-verbaal door mij, verbalisant, ingesproken zijn op het antwoordapparaat van de Horkenlijn en welke gegevens later zijn aangevuld door Tobias kan ik u zeggen dat ik dat na uitschrijven van het proces-verbaal op 31-07-2004 niet meer kan herinneren. Ik weet dat ik het door de afdeling Tobias opgemaakte proces-verbaal via de mailfunctie heb ontvangen, getekend heb en terug heb gestuurd.
Met betrekking tot de gegevens ingesproken op het antwoordapparaat kan ik u zeggen dat deze inmiddels gewist zijn.".
3.5. Gelet op hetgeen door de betrokkene is aangevoerd en gelet op het feit dat de verbalisant zich niet meer kan herinneren of alleen het kenteken dan wel ook andere gegevens zijn doorgegeven, rijst zoveel twijfel aan de juistheid van de inleidende beschikking dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] De bestreden beslissing, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking dienen daarom te worden vernietigd en het bedrag dat de betrokkene aan zekerheid heeft gesteld dient aan hem te worden terugbetaald.
3.6. De betrokkene heeft verzocht om een onkostenvergoeding.
3.7. Ingevolge artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen de reiskosten van de betrokkene alsmede verletkosten voor vergoeding in aanmerking.
3.8. Ingevolge art. 2, eerste lid, aanhef en onder c, van voormeld Besluit j° art. 11, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 worden reiskosten berekend naar het tarief per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Derhalve zal het hof ter zake van reiskosten ([woonplaats] - Leeuwarden v.v.) aan de betrokkene een bedrag toekennen van Euro 40,10.
3.9. Het hof acht het redelijk om aan de betrokkene ter zake van de verletkosten een vergoeding voor zes uren toe te kennen. Ingevolge het bepaalde in art. 2, eerste lid, onder d, van voornoemd Besluit wordt het bedrag van de verletkosten vastgesteld overeenkomstig een tarief dat, afhankelijk van de omstandigheden, tussen Euro 4,54 en Euro 53,09 per uur bedraagt. Het hof acht het redelijk een bedrag van Euro 20,- per uur toe te kennen. Aan de betrokkene zal derhalve een bedrag van Euro 120,- worden vergoed.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 1 december 2004, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 99075378405 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van Euro 95,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van Euro 160,10.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

