
Jurisprudentie
AV4196
Datum uitspraak2006-04-11
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers03367/05 H
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers03367/05 H
Statusgepubliceerd
Indicatie
Herziening.
Conclusie anoniem
Griffienr. 03367/05 H
Mr. Wortel
Zitting:28 februari 2006
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. Namens de bovengenoemde persoon - hierna te noemen: de aanvrager - heeft mr. A.W.A.P. Doesburg, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend, inhoudende een aanvraag tot herziening van een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter in de Rechtbank te Haarlem, waartegen geen gewoon rechtsmiddel (meer) openstaat.
2. Ter ondersteuning van de aanvraag wordt het volgende aangevoerd en met stukken onderbouwd. Op 16 augustus 2001 is op Schiphol een persoon aangehouden die opgaf te zijn [aanvrager], geboren [geboortedatum] 1980. Dit zijn de (juiste) persoonsgegevens van de aanvrager, en zij kwamen overeen met alle (valse) documenten die de aangehouden persoon bij zich had. De pasfoto op het paspoort was van de aangehouden persoon, maar het was niet de originele, door de uitgevende autoriteit aangebrachte, foto. Aan de aangehouden persoon is een dagvaarding uitgereikt voor een zitting van de politierechter in de Rechtbank te Haarlem. Na een behandeling bij verstek is de in de dagvaarding genoemde persoon (de aanvrager dus) wegens "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.
3. Van de bovenbedoelde, op Schiphol aangehouden, persoon is een dactyloscopisch signalement vervaardigd.
Op 4 november 2005 is de aanvrager aangehouden ter tenuitvoerlegging van de bovengenoemde straf. Naar aanleiding van zijn betoog dat er - kort gezegd - sprake is van een persoonsverwisseling zijn diens vingerafdrukken vergeleken met het eerder vastgelegde dactyloscopisch signalement. Daaruit bleek dat de aanvrager niet de op 16 augustus 2001 aangehouden persoon is.
4. Het is dus aannemelijk dat iemand anders zich op die datum van de personalia van de aanvrager heeft bediend.
De officier van justitie neemt dat ook aan en heeft blijkens de bijgevoegde stukken inmiddels last gegeven de tenuitvoerlegging van de straf te staken.
5. Vanzelfsprekend vormt het bovenstaande een omstandigheid waarmee de rechter geen rekening heeft kunnen houden, en derhalve een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid onder ten tweede Sv.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de aanvraag gegrond zal worden verklaard; voor zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 17 december 2001 gewezen vonnis zal worden bevolen, en de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam zal worden verwezen teneinde op de voet van art. 467 Sv opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak
11 april 2006
Strafkamer
nr. 03367/05 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 17 december 2001, nummer 15/056401-01, ingediend door mr. A.W.A.P. Doesburg advocaat te Breda namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, domicilie kiezende te Breda.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij het feit niet heeft begaan en dat dactyloscopisch onderzoek heeft uitgewezen dat een ander zich van zijn personalia heeft bediend.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Als bijlage bij de aanvrage is gevoegd een brief van 17 november 2005 van de Officier van Justitie mr. J.C. Horzinek, verbonden aan het arrondissementsparket te Haarlem, aan de Afdeling Bevolking van de Penitentiaire Inrichting Schutterswei, onder meer inhoudende:
"Hierdoor verzoek ik u onmiddellijk in vrijheid te stellen [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1980 die ter fine van de executie van een oud vonnis thans bij u zit.
Er blijkt sprake te zijn van een ander, die op naam van deze persoon is veroordeeld. Een en ander is vastgesteld door vergelijking van het dactyloscopisch signalement."
4.2. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 genoemde brief geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 17 december 2001;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 11 april 2006.

