Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV4979

Datum uitspraak2006-03-09
Datum gepubliceerd2006-03-15
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers702837
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Gedaagde heeft bij eiseres twee brillen besteld. Eiseres vordert betaling. Gedaagde heeft o.a. gesteld dat zijn ogen zodanig zijn verslechterd dat hij in feite niets meer aan de bestelde brillen zou hebben. De brillen zijn niet afgehaald bij eiseres. Het is thans de vraag of gedaagde tot betaling van de koopsom gehouden is, nu in artikel 7:26 lid 2 BW is bepaald dat betaling moet geschieden ‘ten tijde en ter plaatse van de aflevering’. Voor de consumentenkoop – waarvan te dezen sprake is – geldt dan nog in het bijzonder dat vooruitbetaling van de (volledige) koopprijs in strijd is met het dwingend recht. Onder dergelijke omstandigheden staan – naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter – aan de verkoper slechts twee wegen open: hij kan aandringen op nakoming, maar dan geldt het beginsel van ‘gelijk oversteken’. De verkoper kan ook het standpunt innemen dat de koper met de inontvangstneming van het verkochte in verzuim is komen te verkeren en alsdan de weg bewandelen die voor dit verzuim in de artikelen 7:32 e.v. BW is voorgeschreven. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de veronderstelling juist is dat de brillen nog immer niet zijn afgeleverd en, indien dit het geval is, over de juridische consequenties hiervan


Uitspraak

zaaknummer: 702837 CV EXPL 06-6197 uitspraak : 9 maart 2006 VONNIS VAN DE RECHTBANK ROTTERDAM sector kanton in de zaak van: de vennootschap onder firma PEARLE OPTICIENS, gevestigd te Ridderkerk, eiseres, gemachtigde: mr. J. Wats, gerechtsdeurwaarder te Spijkenisse, tegen [gedaagde], wonende te Rotterdam, gedaagde, verschenen bij zijn echtgenote [gemachti[gedaagde]. Partijen worden hierna aangeduid als Pearle, respectievelijk [gedaagde]. 1. Het verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - inleidend exploot van dagvaarding van 30 januari 2006, met producties; - conclusie van antwoord. 2. Het geschil en de beoordeling ervan 2.1. Pearle heeft gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 373,=, vermeerderd met de wettelijke rente over € 305,= vanaf 14 oktober 2004 tot de dag der al algehele voldoening, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. Aan haar vordering heeft Pearle ten grondslag gelegd dat zij op 22 april 2004 twee brillen aan [gedaagde] heeft verkocht voor een bedrag van € 305,= en dat betaling van de koopprijs is uitgebleven. 2.2. [gedaagde] heeft de vordering betwist. Waar hij stelt dat nergens voor getekend is, kan hem deze stelling niet baten omdat overeenkomsten als de voorliggende ook mondeling kunnen worden aangegaan. Uit de bij de dagvaarding gevoegde stukken - waarvan de inhoud door [gedaagde] niet is weersproken - valt af te leiden dat dit laatste het geval is. 2.3. [gedaagde] heeft verder nog gesteld dat zijn ogen zodanig zijn verslechterd dat hij in feite niets meer aan deze brillen ‘zou hebben’. Dit laatste lijkt erop te duiden dat de brillen nog immer niet zijn opgehaald, hetgeen in overeenstemming is met de inhoud van de fax van de echtgenote van [gedaagde] van 29 juni 2005, waarin staat te lezen: ‘Het lijkt mij dan ook verder niet van toepassing de bril echter af te halen, daar hij er geen gebruik van kan maken’. Indien juist is dat de bestelde brillen nog immer niet zijn afgehaald, is het de vraag of [gedaagde] thans tot betaling van de koopsom gehouden is, nu in artikel 7:26 lid 2 BW is bepaald dat betaling moet geschieden ‘ten tijde en ter plaatse van de aflevering’. Voor de consumentenkoop – waarvan te dezen sprake is – geldt dan nog in het bijzonder dat vooruitbetaling van de (volledige) koopprijs in strijd is met het dwingend recht. Onder dergelijke omstandigheden staan – naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter – aan de verkoper slechts twee wegen open: hij kan aandringen op nakoming, maar dan geldt het beginsel van ‘gelijk oversteken’. De verkoper kan ook het standpunt innemen dat de koper met de inontvangstneming van het verkochte in verzuim is komen te verkeren en alsdan de weg bewandelen die voor dit verzuim in de artikelen 7:32 e.v. BW is voorgeschreven. 2.4. De kantonrechter zal de zaak naar de rolzitting verwijzen voor uitlaten aan de zijde van Pearle over de vraag of de veronderstelling juist is dat de brillen nog immer niet zijn afgeleverd en, indien dit het geval is, over de juridische consequenties hiervan, die hierboven in een voorlopig oordeel zijn neergelegd. 2.5. Op de overige stellingen van partijen zal de kantonrechter zo nodig later ingaan. 3. De beslissing De kantonrechter: - verwijst de zaak naar de openbare rolzitting van 6 april 2006 te 10.00 uur voor uitlaten aan de zijde van Pearle met het hierboven onder 2.4. weergegeven doel; - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W.M. Dekkers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.