
Jurisprudentie
AV5302
Datum uitspraak2006-02-08
Datum gepubliceerd2006-03-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/01134
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-03-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/01134
Statusgepubliceerd
Indicatie
Groot en druk kruispunt in Rotterdan. Verkeer wordt geregeld door verkeerslichtinstallaties. Verbalisanten waren bezig met rood-lichtcontrole. Geen reële mogelijkheid tot staandehouding.
Uitspraak
WAHV 05/01134
8 februari 2006
CJIB 59072981112
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam
van 9 mei 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 95,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 16 juni 2004 om 15.24 uur op de Walenburgerweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken]
3.2. De betrokkene bestrijdt dat de gedraging is verricht. Haar zoon, die de betrokken auto ten tijde en ter plaatse als voormeld bestuurde, heeft niet het rode licht genegeerd, hetgeen door de betrokkene en haar dochter, die zich beiden eveneens in de auto bevonden, kan worden bevestigd. Het kan volgens de betrokkene niet zo zijn dat het woord van één agent zwaarder weegt dan dat van drie personen. Voorts voert de betrokkene aan dat nog steeds niet duidelijk is waarom geen staandehouding heeft kunnen plaats vinden.
3.3. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling van de schuld van de betrokkene. Dat is anders indien de betrokkene voor haar zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
3.4. De in het zaakoverzicht van het CJIB opgenomen ambtsedige toelichting van de verbalisante Donk houdt in, voor zover hier van belang, dat de betrokkene (het hof verstaat: de bestuurder) reed op de Walenburgerweg, komende uit de richting van het Bentinckplein en gaande in de richting van de Bergweg en dat de bestuurder op de kruising Walenburgerweg/Schieweg het rode verkeerslicht negeerde toen dit ongeveer 3 seconden rood licht uitstraalde.
3.5. Het hof ziet in het door de betrokkene gestelde geenszins aanleiding te twijfelen aan de ambtsedige verklaring van de verbalisante, te meer nu zij haar waarneming blijkens een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2005 heeft gedaan tijdens een gerichte roodlichtcontrole op 16 juni 2004 tussen 15.00 uur en 16.00 uur. De betrokkene heeft weliswaar gesteld dat twee getuigen haar verklaring kunnen ondersteunen, maar heeft hieromtrent geen (begin van) bewijs in het geding gebracht. Uit het dossier blijkt niets dat wijst op de juistheid van betrokkenes stelling. Naar de overtuiging van het hof is daarom vast komen te staan dat de gedraging is verricht.
3.6. Omtrent het aangevoerde uitblijven van een staandehouding geldt het volgende. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de gedraging met toepassing van art. 5 WAHV is opgelegd, zoals in dezen het geval is, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, VR 2000/148).
3.7. Het reeds hiervoor onder 3.5. genoemde proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2005 houdt in, voor zover hier van belang, dat de Schieweg en de Schiekade in Rotterdam vanaf het knooppunt Schieplein doorgaande wegen naar het centrum van Rotterdam zijn, dat er ook trams over de kruising rijden, dat de kruising groot en druk is en dat het verkeer wordt geregeld door middel van verkeerslichtinstallaties. De controle is geheel op kenteken geschied omdat Donk en Broeke slechts met z'n tweeën waren en aldus niet tot staandehouding konden overgaan.
3.8. In aanmerking genomen de onder 3.7. beschreven verkeersomstandigheden is naar het oordeel van het hof genoegzaam gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan.
3.9. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de bestreden beslissing bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

