
Jurisprudentie
AX2435
Datum uitspraak2006-05-08
Datum gepubliceerd2006-05-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2006\034
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-05-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2006\034
Statusgepubliceerd
Indicatie
Met de raadsman is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak betrokkene veel te lang als tbs-passant, zonder behandeling, in het huis van bewaring heeft moeten verblijven. De omstandigheid dat de passantentermijn erg lang is geweest, kan echter niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Het belang van de maatschappij dient zwaarder te wegen dan het belang van de terbeschikkinggestelde. Het hof verwerpt derhalve het verweer. In casu is van een spoedige behandeling op grond van art. 509x, eerste lid, Sv en art. 5 EVRM, geen sprake. Het hof oordeelt dat de beslissing om een verdragsrechtelijke schending aan te nemen in voorliggende zaak in zichzelf voldoende bevrediging van het geschonden rechtsgevoel inhoudt.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2006
Beslissing d.d. 8 mei 2006
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 1 december 2005, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Overwegingen:
Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken en mede op grond van hetgeen de getuige-deskundige ter terechtzitting heeft verklaard.
Ambtshalve overweegt het hof het volgende. Artikel 509o, tweede lid, onder sub 2 van het Wetboek van Strafvordering vereist dat bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde wordt overgelegd. Deze zogenoemde wettelijke aantekeningen ontbreken bij het verlengingsadvies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum "Oldenkotte". Het hof is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de wettelijke aantekeningen omtrent betrokkene bij het verlengingsadvies ontbreken, niet kan leiden tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie, mede in aanmerking genomen dat betrokkene pas sinds kort in deze kliniek verblijft. Het hof merkt op dat, ondanks het feit dat deze aantekeningen ontbreken, het zich voldoende voorgelicht acht ten aanzien van de gesteldheid van betrokkene, nu ter zitting van het hof een getuige-deskundige is gehoord en de rapportage voldoende gegevens over deze gesteldheid bevat.
De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft hiertoe -kort samengevat- het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft ruim 27 maanden als tbs-passant in het huis van bewaring gezeten en er heeft nog geen behandeling plaatsgevonden. Volgens de raadsman is dit onaanvaardbaar.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Met de raadsman is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak betrokkene veel te lang als tbs-passant in het huis van bewaring heeft moeten verblijven. Betrokkene is pas op 15 november 2004 op de wachtlijst geplaatst. Op 8 maart 2006 is hij geplaatst in Oldenkotte. Het hof acht het, zeker gelet op de persoon en de persoonlijkheid van de terbeschikkinggestelde, nauwelijks te bevatten dat de behandeling van betrokkene nog niet is aangevangen. De omstandigheid dat de passantentermijn erg lang is geweest, kan echter niet tot het door de raadsman beoogde rechtsgevolg van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Het belang van de maatschappij dient zwaarder te wegen dan het belang van de terbeschikkinggestelde. Het hof verwerpt derhalve het verweer.
Het verzoek tot aanhouding om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen. Het hof is van oordeel dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege – zoals ook kan blijken uit de hierna volgende overweging – thans nog niet aan de orde is.
In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. De behandeling van betrokkene heeft nog geen aanvang kunnen nemen. Het recidivegevaar is nog onverminderd aanwezig. Weliswaar gebruikt betrokkene nu antipsychotische medicatie, doch hiermee zijn alleen de psychotische ziekteverschijnselen verdwenen. De onderliggende dynamiek van betrokkenes delictscenario is nog aanwezig. Behalve de problemen met agressiehantering speelt betrokkenes zwakbegaafdheid hierin een belangrijke rol. De getuige-deskundige heeft dan ook ter zitting verklaard dat op termijn zal worden gekeken of betrokkene in een gespecialiseerde kliniek kan worden geplaatst. Gezien betrokkenes zwakbegaafdheid en zijn jeugdige leeftijd acht het hof plaatsing in Hoeve Boschoord een serieuze optie. Een intensieve behandeling en begeleiding van betrokkene zijn in ieder geval noodzakelijk. Ambulante behandeling van betrokkene zou derhalve op dit moment onvoldoende zijn.
Gelet op het bovenstaande, is het hof van oordeel dat een verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.
Beslissing:
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 1 december 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Wijst af het verzoek tot aanhouding.
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Aldus gedaan door
mr Vegter als voorzitter,
mrs Verheugt en Lauwaars als raadsheren,
en drs Mensing en drs Van Iersel als raden,
in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2006.
Mr Lauwaars en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

