Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX4038

Datum uitspraak2006-05-22
Datum gepubliceerd2006-05-24
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10.603017-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige sigarettensmokkel gedurende langere tijd. Om de sigaretten aan het oog van de douane te onttrekken werd tijdens transporten gebruik gemaakt van zogenaamde dekladingen. De bewezenverklaarde feiten hebben als resultaat gehad dat voor zeer grote bedragen aan accijns is ontdoken. Door het niet betalen van de accijns op bedoelde sigaretten is de Nederlandse staat benadeeld voor een groot bedrag. Verdachte heeft zich ertoe geleend om binnen de organisatie meer dan alleen de rol van transporteur te vervullen. Hij verzorgde onder meer transporten, heeft deze deels zelf uitgevoerd en liet andere chauffeurs transporten rijden, onderhield contact met X. Hij vormde zodoende een belangrijke schakel binnen de organisatie. artikelen 140 Sr 5 Wet op de accijns


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Zittinghoudende te Zutphen Meervoudige kamer voor strafzaken Uitspraak d.d.: 22 mei 2006 Tegenspraak / dnip - onip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [plaats], wonende te [postcode plaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 oktober 2005 en 15 mei 2006. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer accijnsgoederen, te weten (zeer grote aantallen) sigaretten, (genoemd in na te melden zakendossiers), voorhanden heeft gehad en/of voorhanden heeft doen hebben, die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken: -zaak 3.3.0 Italië (historie), met de onderliggende nummesr 3.3.1, 3.3.3 en 3.3.4, en/of -zaak 3.10 Nederland-Engeland; (art. 5/97 Wet op de accijns) althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat [medeverdachte A] en [medeverdachte C] en [persoon B] en een of meer anderen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Kerkrade en/of en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging, althans één hunner alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer accijnsgoederen, te weten (zeer grote aantallen) sigaretten, (genoemd in na te melden zakendossiers), voorhanden hebben/heeft gehad en/of voorhanden hebben/heeft doen hebben, die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken: -zaak 3.3.0 Italië (historie), met de onderliggende nummesr 3.3.1, 3.3.3 en 3.3.4, en/of -zaak 3.10 Nederland-Engeland, bij en/of tot het plegen van welk(e) bovengenoemde misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Kerkrade en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op laatst vermelde tijd en plaats opzettelijk daartoe (telkens) een of meer chauffeurs en/of vervoermiddelen (een of meer vrachtauto's en/of opleggers en/of chassis') beschikbaar te stellen aan die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte C] en/of die [persoon B] en/of die andere(n) ten behoeve van het vervoer van die sigaretten of een deel daarvan en/of van de voorwerpen waarin die sigaretten waren verstopt en/of verstopt geweest en/of laatstgenoemde perso(o)n(en) in contact te brengen met een of meer (andere) vervoerders/chauffeurs en/of daarbij te bemiddelen en/of die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte C] en/of die [persoon B] en/of die andere(n)te wijzen op een loods (voor opslag of verberging van die sigaretten en/of de gebruikte transportmiddelen) aan het Locht te Kerkrade; (art. 5/97 Wet op de accijns jo. art. 48 Wetboek van Strafrecht) althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat de besloten vennootschap [Naam BV]. in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer accijnsgoederen, te weten (zeer grote aantallen) sigaretten, (genoemd in na te melden zakendossiers), voorhanden heeft gehad en/of voorhanden heeft doen hebben, die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken: -zaak 3.3.0 Italië (historie), met de onderliggende nummesr 3.3.1, 3.3.3 en 3.3.4, en/of -zaak 3.10 Nederland-Engeland, zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) tot dat/die strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven en/of (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en); althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat [medeverdachte A] en [medeverdachte C] en [persoon B] en een of meer anderen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Kerkrade en/of en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging, althans één hunner alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer accijnsgoederen, te weten (zeer grote aantallen) sigaretten, (genoemd in na te melden zakendossiers), voorhanden hebben/heeft gehad en/of voorhanden hebben/heeft doen hebben, die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken: -zaak 3.3.0 Italië (historie), met de onderliggende nummesr 3.3.1, 3.3.3 en 3.3.4, en/of -zaak 3.10 Nederland-Engeland, bij en/of tot het plegen van welk(e) bovengenoemde misdrijf/misdrijven de besloten vennootschap [naam BV]. op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeente(n) Brunssum en/of Kerkrade en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op laatst vermelde tijd en plaats opzettelijk daartoe (telkens) een of meer chauffeurs en/of vervoermiddelen (een of meer vrachtauto's en/of opleggers en/of chassis') beschikbaar te stellen aan die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte C] en/of die [persoon B] en/of die andere(n) ten behoeve van het vervoer van die sigaretten of een deel daarvan en/of van de voorwerpen waarin die sigaretten waren verstopt en/of verstopt geweest en/of laatstgenoemde perso(o)n(en) in contact te brengen met een of meer (andere) vervoerders/chauffeurs en/of daarbij te bemiddelen en/of die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte C] en/of die [medeverdachte C] en/of die andere(n)te wijzen op een loods (voor opslag of verberging van die sigaretten en/of de gebruikte transportmiddelen) aan het Locht te Kerkrade, zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) tot dat/die (door genoemde rechtspersoon gepleegde) strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven en/of (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en); (art. 5/9 Wet op de accijns jo. art. 48 en 51 Wetboek van Strafrecht) 2. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, waarvan, behalve verdachte, [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [diverse bedrijven en personen] en/of een of meer anderen deel uitmaakten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten -het voorhanden hebben en/of doen hebben en/of overdragen en/of doen overdragen van wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III van de Wet wapens en munitie en/of -het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken en/of -het witwassen van voorwerpen afkomstig van enig misdrijf en/of -het plegen van heling dan wel schuldheling; (art. 140 Wetboek van Strafrecht) althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat de besloten vennootschap [naam BV],in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, waarvan, behalve verdachte, [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of [persoon B] en/of [medeverdachte D] en/of [diverse bedrijven en personen] en/of een of meer anderen deel uitmaakten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten -het voorhanden hebben en/of doen hebben en/of overdragen en/of doen overdragen van wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III van de Wet wapens en munitie en/of -het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken en/of -het witwassen van voorwerpen afkomstig van enig misdrijf en/of -het plegen van heling dan wel schuldheling;zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) tot dat/die strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven en/of (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en); (art. 140 jo 51 Wetboek van Strafrecht). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in de gemeenten Brunssum en Amsterdam en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk accijnsgoederen, te weten een groot aantal sigaretten, genoemd in na te melden zakendossiers, voorhanden heeft gehad, die telkens niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken: -zaak 3.3.0 Italië (historie), met onderliggend nummer 3.3.1 en -zaak 3.10 Nederland-Engeland; 2. hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003, in Nederland en/of elders in Europa, heeft deelgenomen aan een organisatie, waarvan, behalve verdachte, [medeverdachte A] en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [bedrijven en personen ] en/of anderen deel uitmaakten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten: -het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die (telkens) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken en -het witwassen van voorwerpen afkomstig van enig misdrijf. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken. Bewijsoverweging - Ter zake het onder 1 (zaak 3.3.1) bewezenverklaarde overweegt de rechtbank dat de bewezenverklaring betrekking heeft op sigaretten die in Nederland zijn geweest en niet op sigaretten die vanuit Italië naar Nederland zouden worden vervoerd die door de Italiaans autoriteiten zijn onderschept, en waar dus geen sprake was van voorhanden hebben in Nederland en derhalve geen accijnsplicht bestond op grond van de Wet op de accijns, zodat voor dat deel geen sprake is van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns. - Ten aanzien van de criminele organisatie overweegt de rechtbank dat uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte behoorde tot een samenwerkingsverband en een aandeel heeft gehad in, dan wel ondersteunde, gedragingen die strekten tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oogmerk. Het ging om een gestructureerd samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad dat bestond uit een tweetal leiders, facilitaire dienstverleners, transporteurs en chauffeurs. Binnen dit samenwerkingsverband was sprake van gemeenschappelijke regels en bestond er een gemeenschappelijke doelstelling, waardoor op de individuele leden druk kon worden uitgeoefend zich aan de regels te houden. Gezien de lange periode waarin het samenwerkingsverband in wisselende samenstellingen doch steeds met dezelfde harde kern heeft gehandeld, kan worden gesproken van een duurzame organisatie. - De raadsman heeft betoogd dat verdachte geen sigaretten voorhanden heeft gehad. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat verdachte (in zijn hoedanigheid van transporteur) met anderen feitelijke beschikkingsmacht had over de ladingen sigaretten die in zijn opdracht door zijn chauffeurs zijn vervoerd met hem, verdachte, vrijelijk ter beschikking staand materieel, en die zich in een onder andere door verdachte gehouden loods bevonden. Voorts heeft de verdediging gesteld dat verdachte zich - kort gezegd - niet bewust is geweest of er nu wel of niet sigaretten in de door hem verzorgde transporten hebben gezeten. De rechtbank is van oordeel dat uit de diverse verklaringen - waaronder die van verdachte zelf - is op te maken dat hij rond augustus 2001, toen zijn broer aangehouden werd met een transport sigaretten, al zaken deed met [X] en [Y] en dat hij (verdachte) betrokken was bij een wisseltransactie van een aanzienlijke hoeveelheden Engelse ponden die hij van [X] had ontvangen. Onder die omstandigheden heeft verdachte tenminste de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zich inliet met illegale praktijken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: - feit 1: medeplegen van opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd; - feit 2: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar met aftrek van voorarrest. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen-verklaarde en de omstandigheden waar-onder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige sigarettensmokkel gedurende langere tijd. Om de sigaretten aan het oog van de douane te onttrekken werd tijdens transporten gebruik gemaakt van zogenaamde dekladingen. Een sigarettensmokkel met de omvang waarvan hier sprake is verstoort de reguliere markt voor sigaretten in de EU en werkt bovendien ontwrichtend op het systeem van een gemeenschappelijke economische ordening die in Europees verband wordt nagestreefd. De bewezenverklaarde feiten hebben als resultaat gehad dat voor zeer grote bedragen aan accijns is ontdoken, alsmede dat bonafide bedrijven, die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie is aangedaan. Ook is het in Europese landen gevoerde beleid om door hoge prijzen het gebruik van sigaretten te ontmoedigen teneinde de schadelijke gevolgen daarvan voor de volksgezondheid te beperken, gefrustreerd. Door het niet betalen van de accijns op bedoelde sigaretten is de Nederlandse staat benadeeld voor een groot bedrag. Verdachte heeft zich ertoe geleend om binnen de organisatie meer dan alleen de rol van transporteur te vervullen. Hij verzorgde onder meer transporten, heeft deze deels zelf uitgevoerd en liet andere chauffeurs transporten rijden, onderhield contact met [X]. Hij vormde zodoende een belangrijke schakel binnen de organisatie. De rechtbank heeft bij de strafoplegging onder meer gelet op de duur van verdachtes lidmaatschap van de criminele organisatie, zijn rol daarin en het aantal transporten. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank tevens betrokken dat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft. Een strafoplegging als na te melden acht de rechtbank derhalve passend en geboden, waarbij de rechtbank er rekening mee heeft gehouden dat niet alle (onderdelen van) de feiten bewezen zijn geacht. Namens verdachte is aangevoerd dat in de eventuele strafmaat rekening zou moeten worden gehouden met de periode die is verstreken tussen het plegen van hetgeen verdachte is tenlastegelegd en het onderzoek ter terechtzitting. De rechtbank ziet hier geen aanleiding toe. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat in de zin van artikel 6 EVRM geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, nu verdachte op 14 april 2005 in verzekering is gesteld. In beslag genomen voorwerpen Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen zal de teruggave worden gelast aan de beslagene (verdachte), nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. Toepasselijke wetsartikelen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 91 en 140 van het Wetboek van Strafrecht; - 5 en 97 van de Wet op de accijns. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. * Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot: een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden. Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoerge-legd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsstraf geheel in mindering zal worden gebracht. * Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen zoals vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen, te weten: - CMR nr. 750045 met bijbehorende bon met nummer 55; - een internationale vrachtbrief met bijbehorende bon met nummer 201. Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 mei 2006.