Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX4104

Datum uitspraak2006-05-10
Datum gepubliceerd2006-05-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers83234 / HA ZA 05-965
Statusgepubliceerd


Indicatie

Betaling leges kan niet worden afgedwongen door middel van dagvaardingsprocedure. De gemeente vordert in conventie van gedaagde betaling van de leges voor een aan gedaagde verleende bouwvergunning. Leges vormen een gemeentelijke belasting. Heffing en invordering zijn geregeld in de Gemeentewet in samenhang met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet. De rechtbank verklaart de gemeente niet-ontvankelijk. In reconventie vordert gedaagde in conventie van de gemeente vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden ten gevolge van het niet tijdig beslissen door de gemeente op haar aanvraag om een bouwvergunning en een milieuvergunning. In de Awb is voorzien in een regeling ter zake van het niet tijdig beslissen. Met betrekking tot de vraag of al dan niet tijdig op een aanvraag om vergunning is beslist staan de mogelijkheden van bezwaar en beroep op de bestuursrechter open. De civiele rechter is niet bevoegd.


Uitspraak

de publiekrechtelijke rechtspersoon de GEMEENTE DELFZIJL, zetelend te Delfzijl, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, procureur mr. M.J. Blokzijl, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [de BV]., gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. F.H. Kappelhof. Partijen zullen hierna de gemeente en [de BV] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 25 januari 2006 - het proces-verbaal van comparitie van 27 maart 2006 - de conclusie van antwoord in reconventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten In conventie en in reconventie 2.1. [de BV] heeft op 5 december 2003 bij de gemeente een aanvraag om een bouwvergunning ingediend voor het plaatsen van een loswal met overslagcapaciteit op een perceel gelegen aan de Oosterhorn 7A te Farmsum. 2.2 Daarnaast heeft [de BV] op 12 december 2003 voor het oprichten en in werking hebben van deze loswal met overslagcapaciteit een vergunning aangevraagd op grond van de Wet milieubeheer. 2.3 De gemeente heeft de aanvraag om een bouwvergunning aangehouden op grond van artikel 52 van de Woningwet. 2.4 Bij besluit van 3 augustus 2004 hebben burgemeester en wethouders van Delfzijl (verder burgemeester en wethouders) de vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Het besluit is bekend gemaakt op 10 augustus 2004. 2.5 Burgemeester en wethouders hebben op 28 september 2004 de gevraagde bouwvergunning verleend. 2.6 De gemeente heeft op 4 oktober 2004 [de BV] op grond van de "Verordening op de heffing en invordering van leges 2004" een nota wegens verschuldigde leges in verband met de aanvraag om bouwvergunning toegezonden ten bedrage van EUR 6.443,-. 2.7 [De BV] heeft de nota niet betaald. 2.8 [De BV] heeft op 23 juni 2005 de gemeente een factuur gestuurd betreffende vertragingsschade ter hoogte van EUR 43.000,-, wegens het te laat verstrekken van de milieuvergunning. 2.9 De gemeente heeft de factuur niet betaald. 3. Het geschil in conventie 3.1. De gemeente vordert -samengevat- veroordeling van [de BV] tot betaling van EUR 7.521,36, zijnde de hoofdsom vermeerderd met rente en incassokosten, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag en de proceskosten. 3.2. [de BV] voert verweer. in reconventie 3.3. [de BV] vordert - samengevat - veroordeling van de gemeente tot betaling van EUR 40.000,-, vermeerderd met kosten. 3.4. De gemeente voert verweer. 4. De beoordeling in conventie 4.1. De vordering van de gemeente betreft de betaling van leges ter zake van de verlening van de bouwvergunning op grond van de "Verordening op de heffing en invordering van leges 2004". 4.2 Leges zijn rechten als bedoeld in artikel 229, lid 1, aanhef en onder b, Gemeentewet, die ingevolge lid 2 van deze bepaling zijn aan te merken als een gemeentelijke belasting. Op grond van artikel 229, lid 2, Gemeentewet in samenhang met artikel 231 Gemeentewet zijn op de heffing en invordering van deze belasting de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 van toepassing. Bezwaar en beroep tegen het opleggen van de leges, alsmede tegen de hoogte daarvan zijn geregeld in Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De dwanginvordering van verschuldigde leges is geregeld in de artikelen 11 en volgende van de Invorderingswet 1990. 4.3 Gelet op de regeling die is voorzien in de Invorderingswet, die als exclusief moet worden beschouwd, kan de betaling van leges niet worden afgedwongen door middel van een dagvaardingsprocedure. 4.4 De rechtbank zal de gemeente daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. 4.5 De gemeente zal in de proceskosten worden veroordeeld, omdat zij niet de juiste procedure heeft gevolgd. De kosten aan de zijde van [de BV] worden begroot op: - explootkosten EUR 0,00 - vast recht 291,00 - getuigenkosten 0,00 - deskundigen 0,00 - overige kosten 0,00 - salaris procureur 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00) Totaal EUR 1.059,00 in reconventie 4.6 [de BV] heeft aanvankelijk schadevergoeding gevorderd in verband met het niet tijdig beslissen door burgemeester en wethouders op de aanvraag om een milieuvergunning. Bij het instellen van de vordering in reconventie heeft zij de grondslag van de vordering gewijzigd en gebaseerd op het niet tijdig beslissen door burgemeester en wethouders op de aanvraag om een milieuvergunning en de aanvraag om een bouwvergunning. 4.7 De procedure voor de behandeling van aanvragen om bouwvergunningen en de daarbij in acht te nemen termijnen is neergelegd in Hoofdstuk IV, Afdeling 1 van de Woningwet. 4.8 In artikel 8.6 van de Wet milieubeheer zijn de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene inzake de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking op de aanvraag om een milieuvergunning. 4.9 In artikel 6:2 van de Awb is bepaald dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit gelijk wordt gesteld met een besluit. Het betreft hier de figuur van de zogenoemde fictieve weigering. 4.10 Daardoor kan op grond van artikel 7:1 Awb en artikel 8.1 Awb bezwaar worden gemaakt bij het desbetreffende bestuursorgaan, respectievelijk beroep worden ingesteld bij de bevoegde bestuursrechter tegen het niet tijdig nemen van een besluit. 4.11 Waar het gaat om aanvragen om bouwvergunning staat bij overschrijding van de beslistermijn bezwaar open bij burgemeester en wethouders en is beroep mogelijk bij de rechtbank, sector bestuursrecht. De rechtbank tekent daarbij aan dat in het geval de aanvraag om bouwvergunning is aangehouden op grond van artikel 52 Woningwet en de aanhouding is geëindigd, in afwijking van de hiervoor beschreven hoofdregel bij het verstrijken van de beslistermijn geen fictieve weigering ontstaat, maar op grond van artikel 52, lid 3 Woningwet de bouwvergunning van rechtswege is verleend. Aan een nadien alsnog verleende bouwvergunning komt geen betekenis toe. 4.12 Ter zake van aanvragen om een milieuvergunning staat bij overschrijding van de beslistermijn bezwaar open bij burgemeester en wethouders en is beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 4.13 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank sector civiel niet bevoegd te oordelen over de vraag of er in dit geval sprake is geweest van één of meer overschrijdingen van de beslistermijn en zo ja, hoeveel dagen de termijn is overschreden. 4.14 De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren van dit geschil kennis te nemen. 4.15 [de BV] zal in de proceskosten worden veroordeeld, omdat hij niet de juiste rechtsgang heeft gevolgd. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op: - explootkosten EUR 0,00 - getuigenkosten 0,00 - deskundigen 0,00 - overige kosten 0,00 - salaris procureur 1.788,00 (2 x 0,5 punten × factor 1,0 × tarief EUR 894,00) Totaal EUR 1.788,00 5. De beslissing De rechtbank in conventie 5.1 verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in haar vordering, 5.2 veroordeelt de gemeente in de proceskosten, aan de zijde van [de BV] tot op heden begroot op EUR 1.059,00, in reconventie 5.3 verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering, 5.4 veroordeelt [de BV] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op EUR 1.788,00, Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.H. Hofstee en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2006.[.]