
Jurisprudentie
AX4213
Datum uitspraak2005-08-03
Datum gepubliceerd2006-05-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/2057 WW-W
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-05-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers04/2057 WW-W
Statusgepubliceerd
Indicatie
Afwijzing verzoek om wraking. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waardoor tot de conclusie kan worden gekomen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de gewraakte raadsheer schade zou kunnen leiden.
Uitspraak
P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 3 augustus 2005 van de
Centrale Raad van Beroep
meervoudige kamer
Zitting hebben:
mr. T. Hoogenboom als voorzitter,
mr. H. Bolt en mr. J. Riphagen als leden,
in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier.
Reg.nr.: 04/2057 WW:
De Raad heeft kennisgenomen van het verzoek op grond van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van [naam betrokkene], wonende te [woonplaats], tot wraking van
mr. M.A. Hoogeveen als voorzitter van de behandelende kamer inzake het geding tussen [naam betrokkene] en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geregistreerd onder nr. 04/2057 WW.
Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 3 augustus 2005, waar verzoeker niet is verschenen en de gewraakte raadsheer, met bericht, eveneens niet is verschenen.
De Raad:
De beslissing luidt: Wijst het verzoek om wraking af.
Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waardoor tot de conclusie kan worden gekomen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de gewraakte raadsheer schade zou kunnen leiden.
Het verzoek tot wraking bevat in zeer algemene bewoordingen grieven tegen de wijze waarop verzoeker door uitkeringsinstanties is behandeld en tegen de wijze waarop zijn zaak in eerste aanleg is behandeld. Ten aanzien van de gewraakte raadsheer bevat het verzoek geen enkele aanwijzing voor de aanwezigheid van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De voorzitter sluit de zitting.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 14 september 2005.
De griffier. De voorzitter.
(get.) P.W.J. Hospel (get.) T. Hoogenboom
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

