
Jurisprudentie
AX6404
Datum uitspraak2006-05-31
Datum gepubliceerd2006-06-01
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers0200555
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2006-06-01
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers0200555
Statusgepubliceerd
Indicatie
Nu niet is komen vast te staan dat [geïntimeerden] de in dit geding aan de orde zijnde facturen feitelijk aan VinkBakker hebben betaald, kan alleen al om die reden van bevrijdende betaling, als bedoeld onder rechtsoverweging 8 van het tussenarrest van 2 februari 2005, geen sprake zijn.
Uitspraak
Arrest d.d. 31 mei 2006
Rolnummer 0200555
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Raab Karcher Bouwstoffen B.V.,
gevestigd te Breda,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: Raab,
procureur: mr P.R. van den Elst,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats geïntimeerde 2],
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],
procureur: mr. G. Machiels.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 13 juli 2005 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Ter voldoening aan de hen bij bedoeld tussenarrest gegeven bewijsopdracht hebben geïntimeerden zichzelf als getuige doen horen.
Raab heeft een akte genomen, waarbij een schriftelijke verklaring is overgelegd.
[geïntimeerden] hebben een antwoordakte genomen.
Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn beiden aan te merken als partij-getuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv, zodat hetgeen door hen is verklaard, geen bewijs in hun voordeel kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij die partij-verklaring (voldoende) geloofwaardig maken.
2. Nu zodanig aanvullend bewijs ontbreekt, moet worden geconcludeerd dat [geïntimeerden] er niet in zijn geslaagd het hen opgedragen bewijs te leveren. Weliswaar staat vast dat uit het bouwdepot een totaal bedrag van Hfl 395.335,-- is voldaan (zie het tussenarrest van 13 juli 2005 onder rechtsoverweging 2) doch in hoeverre deze betalingen aan VinkBakker zijn gedaan en op welke facturen die betalingen betrekking hebben, is niet gebleken. Behoudens één uitzondering ontbreken immers de facturen van VinkBakker en op de afschriften van het bouwdepot valt niet te zien op welke facturen de diverse betalingen betrekking hebben.
3. Nu niet is komen vast te staan dat [geïntimeerden] de in dit geding aan de orde zijnde facturen feitelijk aan VinkBakker hebben betaald, kan alleen al om die reden van bevrijdende betaling, als bedoeld onder rechtsoverweging 8 van het tussenarrest van 2 februari 2005, geen sprake zijn.
4. De grieven treffen in zoverre doel, zodat de hoofdvordering van Raab voor toewijzing gereed ligt.
5. Nu het hof begrijpt dat Raab haar rentevordering gebaseerd op de algemene voorwaarden in hoger beroep heeft laten varen en nog slechts de wettelijke rente vordert, zonder daarbij overigens een ingangsdatum te noemen, zal het hof de wettelijke rente toewijzen vanaf de dag der dagvaarding.
6. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten stelt het hof vast dat hetgeen Raab terzake, na betwisting door [geïntimeerden] in hoger beroep heeft aangevoerd, elke feitelijke onderbouwing mist, zodat op dit punt aan bewijslevering niet wordt toegekomen, nog daargelaten dat het terzake gedane bewijsaanbod in te algemene bewoordingen is gedaan. Derhalve is niet gebleken dat de incassowerkzaamheden waarop Raab doelt meer hebben ingehouden dan de (herhaalde) toezending van eenvoudige aanmaningen, zodat voor een aparte vergoeding, naast de proceskostenveroordeling, geen plaats is.
De slotsom
7. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De in hoger beroep gewijzigde vordering van Raab zal alsnog worden toegewezen, als na te melden.
[geïntimeerden] zullen, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties (salaris procureur in beide instanties: 3 punten tarief III ).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de vonnissen waarvan beroep
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [geïntimeerden] tot betaling aan Raab van een bedrag groot euro 23.403,27 (Hfl 51.574,03), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2001;
veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Raab in eerste aanleg op euro 688,50 aan verschotten en euro 1.497,-- aan salaris voor de procureur,
in hoger beroep op euro 941,74 aan verschotten en euro 3.477,-- aan salaris voor de procureur;
verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Bax-Stegenga en Telman, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 31 mei 2006.

