Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX6731

Datum uitspraak2006-05-31
Datum gepubliceerd2006-06-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460220-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Tussentijdse toetsing ISD: Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is nog immer vereist.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN meervoudige raadkamer parketnummer : 06/460040-05 bvs-nummer : 06/99 uitspraak : 31 mei 2006 BESLISSING De rechtbank heeft te beslissen op het op 14 maart 2006 ter griffie van deze rechtbank ingediende verzoek als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht van: [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] te [plaats], thans verblijvende in P.I. de Grittenborgh, te Hoogeveen, nader te noemen de veroordeelde. De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder een proces-verbaal van de behandeling ter zitting van 14 maart 2006 en de tussentijdse rapportage van mevrouw Zeilstra van de Dienst Justitiële Inrichtingen, PI Noord van 4 april 2006 met bijlagen. Het verzoekschrift is in het openbaar behandeld op 17 mei 2006. Van deze behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Motivering Aan veroordeelde is bij vonnis van 4 mei 2005 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar opgelegd. Door de verdediging is het verzoekschrift nader toegelicht en geconcludeerd tot beëindiging van de maatregel. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de maatregel, nu gebleken is dat het reïntegratieplan TR (terugdringen recidive) is beëindigd als gevolg van gebrek aan motivatie bij veroordeelde. De rechtbank heeft het volgende vastgesteld. Op 19 juli 2005 is veroordeelde overgeplaatst naar de daarvoor bestemde afdeling van De Grittenborgh en op 13 oktober 2005 is het adviesrapport reïntegratieplan TR (terugdringen recidive) opgesteld. Op 15 november 2005 heeft er een intake plaatsgevonden in de Piet Roorda-kliniek en veroordeelde is 29 november 2005 gestart met een budgetteringscursus, onderdeel van het reïntegratieplan TR. Na 10 minuten heeft veroordeelde afgezien van verdere deelname aan de budgetteringscursus. Tevens heeft veroordeelde kenbaar gemaakt in de noodzaak van een tweede (motivatie) gesprek bij de Piet Roorda-kliniek aanleiding te hebben gezien ook daaraan zijn verdere medewerking niet meer te verlenen. Op 5 december 2005 is het TR traject beëindigd. De rechtbank is van oordeel dat het grotendeels aan veroordeelde zelf te wijten is dat nog geen feitelijke behandeling (ter verbetering) van de bij veroordeelde aanwezige problematiek heeft plaatsgevonden. In de houding van veroordeelde en de inhoudelijke uitvoering die aan de ISD-maatregel is gegeven tot op het moment dat veroordeelde zelf heeft besloten zijn medewerking niet langer aan het traject te verlenen enerzijds, en de nog steeds bestaande noodzakelijkheid van beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte anderzijds, ziet de rechtbank aanleiding te oordelen dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel nog steeds is vereist. BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is nog immer vereist. Deze beslissing is gegeven door mr. Hemrica, voorzitter, mrs. Van Oosten en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier, en uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006.