Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX7603

Datum uitspraak2006-05-31
Datum gepubliceerd2006-06-09
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/5511 WAJONG
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet ongegrond. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.


Uitspraak

05/5511 WAJONG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 21 juli 2005, 04/585 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 31 mei 2006 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 28 oktober 2005 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 28 oktober 2005 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 19 april 2006, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 28 oktober 2005 berust hierop, dat het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk is verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig door de Raad is ontvangen. In het verzetschrift heeft appellante wederom aangevoerd dat zij door persoonlijke omstandigheden niet in staat was tijdig hoger beroep in te stellen. Hetgeen appellante in verzet heeft aangevoerd vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende grond om het verzuim van appellante te verontschuldigen en de Raad tot een ander oordeel te leiden dan hetwelk is neergelegd in zijn uitspraak van 28 oktober 2005. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006. (get.) Ch. van Voorst. (get.) J. Verrips. MH