Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX7687

Datum uitspraak2006-05-24
Datum gepubliceerd2006-06-13
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers309644 / VV EXPL 06-113
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Arbeidszaak. Vordering tot doorbetaling van loon na ontslag op staande voet. Heimelijk cameratoezicht na vermoeden van frauduleuze handelingen door kassier. Werkgever is gerechtigd om met behulp van camera’s controle uit te oefenen op zijn werknemers, mits daartoe een noodzaak bestaat, zoals bijvoorbeeld ten behoeve van het stoppen van schadetoebrengend handelen. Ook het gebruik van verborgen camera’s is in sommige gevallen toegestaan op voorwaarde dat de werknemers vooraf van deze mogelijkheid op duidelijke wijze in kennis zijn gesteld. In de met werknemer gesloten kassiersovereenkomst is expliciet de mogelijkheid van controle met verborgen camera’s opgenomen. Werkgeefster heeft daarmee voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarde. De vordering wordt afgewezen.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 309644 / VV EXPL 06-113 datum uitspraak: 24 mei 2006 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING inzake [eiser] te [woonplaats] eisende partij hierna te noemen [eiser] gemachtigde mr. J .Elte tegen de besloten vennootschap HORECA EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ SCHIPHOL B.V. h.o.d.n. HMSHost te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gedaagde partij hierna te noemen HEMS gemachtigde mr. F. Kersch De procedure [eiser] heeft HEMS op 4 mei 2006 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 mei 2006, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. HEMS heeft nog stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter zitting is verhandeld. De feiten 1. HEMS exploiteert een aantal horecagelegenheden in de terminals van luchthaven Schiphol. [eiser] is op 7 mei 2002 bij HEMS in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam als countermedewerker op de afdeling Constellation tegen een salaris van € 1.594,02 bruto per maand, exclusief toeslagen. 2. Omdat [eiser] in die functie de kassa moet bedienen heeft hij een zogenoemde kassiersovereenkomst ondertekend. Hierin zijn regels omtrent de juiste registratie en afdracht van de kasomzet opgenomen. 3. De kassiersovereenkomst bepaalt (onder andere) dat alle bestellingen op de kassa dienen te worden aangeslagen, alle ontvangsten direct in de kassalade dienen te worden gedeponeerd, de kassabon altijd aan de klant dient te worden meegegeven en dat, bij een verkeerde transactie, de kassabon, nadat deze door de kassier voor fout is getekend, in de kassalade moet bewaard en aan het einde van de dienst aan de leidinggevende moet worden overhandigd. 4. Artikel 5 van de kassiersovereenkomst heeft betrekking op de controle van het kasverkeer. Hierin istonder meer bepaald: “Tijdens de kassadienst vinden er steekproefsgewijs controles plaats. […] HMSHost behoudt zich het recht voor bij de controle gebruik te maken van verborgen camera’s.” 5. Naar aanleiding van (onder andere) teruglopende omzetten en geconstateerde voorraad- en kasverschillen op de afdeling Constellation Bar heeft HEMS een onderzoek laten uitvoeren door een extern bureau, Interseco B.V. Hierbij is gebruik gemaakt van onopvallend geplaatste video-apparatuur, gericht op de kassa. Met behulp van deze apparatuur zijn van 14 februari 2006 tot en met 4 april 2006 opnamen gemaakt van alle medewerkers van de Afdeling Constellation Bar tijdens hun werkzaamheden aan de kassa. 6. In het door Interseco B.V. opgestelde onderzoeksrapport van 28 april 2006 wordt melding gemaakt van de registratie van in totaal 20 vermoedelijk frauduleuze handelingen van [eiser] tijdens vijf diensten, te weten op 15 mei 2006 (vier verkopen buiten de kassa om en twee onterecht door toedoen van [eiser] geannuleerde transacties), 24 februari 2006 (vier verkopen buiten de kassa om en één onterecht door toedoen van [eiser] geannuleerde transactie), 25 februari 2006 (één verkoop buiten de kassa om en één onterecht door toedoen van [eiser] geannuleerde transactie), 28 februari 2006 (één verkoop buiten de kassa om en één onterecht door toedoen van [eiser] geannuleerde transactie) en 8 maart 2006 (vijf verkopen buiten de kassa om). 7. Hoofdstuk 4.2.1. van het onderzoeksrapport luidt onder meer als volgt: Gedurende de analyse van de video-opnamen werd vastgesteld dat […] er een zogenaamde “verkoop buiten de kassa om” werd uitgevoerd. In die gevallen werd door de heer [eiser] één of meerdere producten/consumpties aan een gast verkocht. Nadat de desbetreffende gast voor de aankoop had betaald, werd de betaling (verkoop) echter niet op het ter beschikking zijnde kassasysteem […] aangeslagen en als zodanig geregistreerd. In al deze gevallen werd door de heer [eiser] wel degelijk een betaling in ontvangst genomen. Betalingen die door hem niet altijd in de kassalade werden gedeponeerd of op een later moment alsnog uit de kassalade werden genomen. Zo werd onder andere vastgesteld dat: - Bij drie door de heer [eiser] van gasten ontvangen betalingen de kassalade in het geheel niet werd geopend - Twee door de heer [eiser] van gasten ontvangen betalingen direct in een op de verkoopbalie aanwezige fooienpot werden gedeponeerd - De heer [eiser] op enig moment een betaling van een verkoop in ontvangst name en hier vervolgens wegliep van het verkooppunt, met de betaling op dat moment nog in zijn hand Genoemde “verkopen buiten de kassa om” werden vastgesteld door middel van het vergelijken van de […] kassabestanden (kasuitdraaien) met de daadwerkelijk (zichtbaar) uitgegeven consumpties/transacties.” 8. Hoofdstuk 4.2.2 van het onderzoeksrapport luidt onder meer als volgt: “Gedurende de analyse van de video-opnamen werd […] waargenomen dat door de heer [eiser] een betaling voor een verkoop in ontvangst werd genomen en dat […] de desbetreffende kassabonnen door de heer [eiser] (na het vertrek van de gast) van de verkoopbalie werden teruggenomen en vervolgens apart werden gehouden/nabij de kassa werden verstopt. Tevens werd waargenomen dat de heer [eiser] op een later moment van zijn kassadienst de kassabonnen alsnog beschreef alsof dit kassabonnen betroffen van transacties die geannuleerd dienden te worden.” 9. Op 12 april 2006 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en twee medewerkers van Interseco B.V. Volgens het hiervan opgemaakte gespreksverslag heeft [eiser], nadat hij met de door Interseco B.V. geconstateerde handelingen werd geconfronteerd, opgemerkt “niet te weten waar men het over heeft” 10. Het gespreksverslag vermeldt voorts dat [eiser], nadat hij de video-opnamen van twee door hem uitgevoerde verkopen buiten de kassa om had gezien, heeft verklaard dat hij de in beeld zijnde kassier als zichzelf herkent maar “dat hij niet weet wat hij moet verklaren en dat hij zijn eigen gedrag niet herkent”. 11. HEMS heeft [eiser] op 12 april 2006, hangende nader onderzoek, geschorst. 12. Bij brief van 18 april 2006 heeft HEMS [eiser] op staande voet ontslagen. 13. Bij fax van 19 april 2006 heeft de gemachtigde van [eiser] de nietigheid van het ontslag ingeroepen. De vordering [eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van HEMS tot betaling aan [eiser] van het salaris vanaf april 2006 tot aan het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst. [eiser] stelt daartoe het volgende. Door gebruik te maken van heimelijk cameratoezicht zonder dit van tevoren kenbaar te hebben gemaakt, heeft HEMS gehandeld in strijd met de wet en onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. Het ontslag op staande voet is dan ook niet rechtsgeldig gegeven. Voorts is er is sprake van een nietig ontslag, omdat het een dringende reden ontbeert. [eiser] heeft slechts eenmaal aan een gast een consumptie cadeau gedaan. Voor het overige heeft [eiser] geen frauduleuze handelingen verricht. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering. Het verweer HEMS heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan. De beoordeling van het geschil 1. Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn. 2. Met betrekking tot het eerste verweer wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat een werkgever gerechtigd is om met behulp van camera’s controle uit te oefenen op zijn werknemers, mits daartoe een noodzaak bestaat, zoals bijvoorbeeld ten behoeve van het stoppen van schadetoebrengend handelen. Ook het gebruik van verborgen camera’s is in sommige gevallen toegestaan. Daaraan is dan wel de voorwaarde verbonden dat de werknemers vooraf van deze mogelijkheid op duidelijke wijze in kennis zijn gesteld. Dat HEMS ervoor gekozen heeft om in dit geval gebruik te maken van het middel van heimelijk cameratoezicht ligt, gelet op het doel dat ermee werd gediend, voor de hand. Het is immers aannemelijk dat HEMS op geen andere wijze haar vermoeden, dat door de medewerkers van de Constellation Bar frauduleuze handelingen werden verricht, had kunnen toetsen. Dat HEMS niet van tevoren aan haar medewerkers kenbaar heeft gemaakt dat zij van 14 februari 2006 tot en met 4 april 2006 video-opnames zou gaan maken, wil echter niet zeggen dat HEMS daarmee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. HEMS heeft immers juist met die medewerkers die in aanmerking komen voor het verrichten van handelingen met de kassa (onder wie [eiser]), een kassiersovereenkomst gesloten waarin expliciet de mogelijkheid van controle met verborgen camera’s is opgenomen. Daarmee is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter genoegzaam aannemelijk geworden, dat HEMS heeft voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden aan heimelijk toezicht met verborgen camera’s. 4. De kantonrechter acht het voorts onaannemelijk dat in een bodemprocedure zal komen vast te staan dat [eiser] zich, behoudens het door hem erkende feit, niet schuldig heeft gemaakt aan enige frauduleuze handeling tijdens het uitoefenen van zijn functie. Tegenover de concrete onderbouwing die HEMS aan haar stellingen geeft (het onderzoeksrapport is gebaseerd op video-opnamen en kasuitdraaien waarvan de inhoud vooralsnog - als door [eiser] niet gemotiveerd betwist – vaststaat) heeft [eiser] geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de constateringen van HEMS, in weerwil van de duidelijke taal die het rapport spreekt, op een vergissing berusten. 5. Het vorenstaande leidt ertoe, dat de vordering van [eiser] tot het treffen van een voorlopige voorziening zal worden geweigerd. 6. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Beslissing De kantonrechter: - weigert de gevorderde voorlopige voorziening; - veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van HEMS tot en met vandaag worden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.