Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX8430

Datum uitspraak2006-01-24
Datum gepubliceerd2006-06-13
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/4455 NABW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afwijzing verzoek om herziening.


Uitspraak

05/4455 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 mei 2005, reg.nr. 03/3106 NABW. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 januari 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Bij de uitspraak van 10 mei 2005 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 19 mei 2003 op het beroep van verzoeker tegen het besluit op bezwaar van gedaagde van 19 september 2002, inhoudende de maatregel van gehele weigering van zijn bijstandsuitkering voor de duur van twee maanden wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. De Raad stelt vast dat de gronden die verzoeker in het verzoekschrift heeft aangevoerd, niet kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Het betreft immers steeds - gestelde - feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van 10 mei 2005 en die bij verzoeker ook vóór die uitspraak bekend waren. Bovendien zijn de meeste van die feiten en omstandigheden door verzoeker reeds aan de orde gesteld in het kader van het hoger beroep dat tot de uitspraak van 10 mei 2005 heeft geleid. Daarmee houdt het verzoek om herziening in wezen in een verzoek om een hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld. Het verzoek om herziening dient op grond van het voorgaande te worden afgewezen. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Wijst het verzoek om herziening af. Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. J.N.A. Bootsma als leden, in tegenwoordigheid van B.M. Biever-van Leeuwen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2006. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) B.M. Biever-van Leeuwen.