Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX8858

Datum uitspraak2006-06-06
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers00474/06 H
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening.


Conclusie anoniem

Nr. 00474/06 H Mr Machielse Zitting 4 april 2006 Conclusie inzake: [aanvrager] 1. De Politierechter te Arnhem heeft aanvrager bij onherroepelijk vonnis op 16 maart 2005 bij verstek voor mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Tevens heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. 2. Mr. R.F. Vogel, advocaat te Almere, heeft herziening aangevraagd op de grond dat er van een persoonsverwisseling sprake zou zijn geweest. De aangehouden verdachte is de tweelingbroer van aanvrager. 3. De bewijsmiddelen waaruit deze omstandigheid kan blijken zijn als bijlagen bij de aanvraag gevoegd. Uit deze bijlagen valt onder meer op te maken dat voor de vlucht van Amsterdam naar Gothenburg op woensdag 22 december (2004, welke datum inderdaad op een woensdag viel) een vliegtuigstoel op naam van [aanvrager] was gereserveerd (bijlage 3), dat van de bankrekening op naam van [aanvrager] in Gothenburg op 15 januari 2005 (de dag van de bewezenverklaarde mishandeling te Arnhem) via een geldautomaat in Gothenburg geld is opgenomen (bijlage 3), dat de op 15 januari 2005 te Arnhem aangehouden verdachte eerst de personalia van aanvrager opgaf, maar nadien, toen foto's en vingerafdrukken werden genomen, opgaf te zijn [betrokkene 1], de tweelingbroer van aanvrager, maar dat de aan hem meegegeven dagvaarding nog op de eerst opgegeven naam was gesteld (bijlage 5). 4. De inhoud van de hiervoor vermelde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. 5. Uit het vorenoverwogene volgt dat zich volgens mij een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage mij gegrond voorkomt. 6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden


Uitspraak

6 juni 2006 Strafkamer nr. 00474/06 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 16 maart 2005, nummer 05/500085-05, ingediend door mr. R.F. Vogel, advocaat te Almere, namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "mishandeling, meermalen gepleegd" bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken. Voorts heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het vonnis vermeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. 2. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling. 3. De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien. 4. Beoordeling van de aanvrage 4.1. Als bijlagen bij de aanvrage zijn onder meer gevoegd: - een kopie van vluchtgegevens en een instapkaart waaruit blijkt dat op zondag 9 januari (naar de Hoge Raad begrijpt: van het jaar 2005) op de vlucht van Amsterdam naar Gothenburg een vliegtuigstoel was gereserveerd op naam van [aanvrager]; - een kopie van een bankafschrift waaruit blijkt dat van een bankrekening op naam van [aanvrager] in Gothenburg op 15 januari 2005, zijnde de dag van de bewezenverklaarde mishandelingen in Arnhem, via een geldautomaat in Gothenburg geld is opgenomen; - een afschrift van een ambtsedig proces-verbaal PL078C/05-007954 van 27 oktober 2005, opgemaakt door [verbalisant 1], hoofdagent van Politie District Arnhem Veluwezoom Unit/AVZ, Unit Noord. Dit proces-verbaal behelst als relaas van de verbalisant onder meer dat de op 15 januari 2005 in Arnhem aangehouden verdachte aanvankelijk de personalia van de aanvrager opgaf, maar nadien opgaf te zijn [betrokkene 1], de tweelingbroer van de aanvrager. Voorts houdt genoemd proces-verbaal in dat de aan de verdachte meegegeven dagvaarding ten onrechte nog op de eerst opgegeven naam was gesteld. 4.2. De inhoud van de hiervoor onder 4.1 vermelde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van persoonsverwisseling. 4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. 5. Slotsom Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist. 6. Beslissing De Hoge Raad: Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond; Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 16 maart 2005; Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 6 juni 2006. Mr. Corstens is buiten staat dit arrest te ondertekenen.