Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX8879

Datum uitspraak2005-07-07
Datum gepubliceerd2006-06-22
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamHoge Raad
ZaaknummersK 338
Statusgepubliceerd


Indicatie

Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De HR is van oordeel dat aard en ernst van de feiten waarvan betrokkene wordt verdacht meebrengen dat hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek niet zijn functie van raadsheer kan uitoefenen en dat hij ex art. 46f.2a Wrra moet worden geschorst als rechterlijk ambtenaar.


Conclusie anoniem

K 338 Aan de Hoge Raad der Nederlanden, Vierde Meervoudige Kamer, Vordering als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Op 28 april 2005 heeft de rechter-commissaris strafzaken in de Rechtbank Zwolle-Lelystad een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboortedatum], wonende aan [a-straat 1] te [woonplaats]. Betrokkene is raadsheer in het Gerechtshof Leeuwarden en derhalve een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in art. 46b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Het gerechtelijk vooronderzoek heeft betrekking op de volgende strafbare feiten: 1.(poging tot) zware mishandeling, subsidiair mishandeling; 2. verkrachting en 3. poging tot doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling, meer subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven althans zware mishandeling. Art. 46f lid 2 aanhef en sub a Wrra bepaalt dat een rechterlijk ambtenaar door de Hoge Raad kan worden geschorst indien tegen hem een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf is ingesteld. Het betreft hier dus een facultatieve schorsingsgrond. Er is naar mijn oordeel aanleiding betrokkene te schorsen omdat de aard en ernst van de feiten waarvan hij wordt verdacht, meebrengen dat hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek niet zijn functie van raadsheer kan uitoefenen. Daarbij neem ik in aanmerking dat de Rechtbank Zwolle-Lelystad bij beschikkingen van 12 mei 2005 de bewaring van betrokkene heeft bevolen en vervolgens heeft geschorst, omdat tegen betrokkene ernstige bezwaren bestaan terzake van de feiten poging tot zware mishandeling en poging tot doodslag. Van mijn voornemen zijn schorsing bij de Hoge Raad te vorderen heb ik betrokkene op 16 juni 2005 schriftelijk op de hoogte gesteld. Betrokkene heeft gebruikt gemaakt van de wettelijke mogelijkheid zijn zienswijze schriftelijk naar voren te brengen. De stukken van deze zaak leg ik over, overeenkomstig de bijgevoegde inventarislijst. Gelet op het voorafgaande vorder ik dat de Hoge Raad [betrokkene] op de voet van art. 46f lid 2 aanhef en sub a in verband met art. 46 g lid 1 Wrra zal schorsen voor een periode van drie maanden. 's-Gravenhage, 30 juni 2005 De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,


Uitspraak

7 juli 2005 Vierde Kamer SB Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een vordering als bedoeld in art. 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 30 juni 2005, tot schorsing van: [Betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats]. 1. De vordering van de Procureur-Generaal De Procureur-Generaal heeft schriftelijk gevorderd dat de betrokkene zal worden geschorst als rechterlijk ambtenaar voor een periode van drie maanden. Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal onder meer de volgende stukken gevoegd: (i) Een vordering tot gerechtelijk vooronderzoek en bewaring van de Officier van Justitie in het arrondissement Zwolle van 25 april 2005, inhoudende dat de betrokkene ervan wordt verdacht dat: "1. hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of op de grond te gooien en/of aan de haren te trekken; althans, hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet [slachtoffer] met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of op de grond heeft gegooid en/of aan de haren heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of op de grond heeft gegooid en/of aan de haren heeft getrokken, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte toen daar zijn penis in de vagina van [slachtoffer] gestoken of geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend: - [slachtoffer] een of meer kledingstuk(ken) van het lichaam heeft getrokken en/of gescheurd en/of heeft uitgedaan en/of - [slachtoffer] stevig heeft vastgepakt en/of de benen van [slachtoffer] uit elkaar heeft getrokken en/of geduwd en/of (vervolgens) bovenop [slachtoffer] is gaan liggen en/of zitten en/of - (kort voor het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer]), [slachtoffer] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of op de grond heeft gegooid en/of aan de haren heeft getrokken (zoals is ten laste gelegd onder 1) en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en/of voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 3. hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet [slachtoffer] de keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet [slachtoffer] de keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, hij in of omstreeks de periode van 21 tot 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend [slachtoffer] de keel dichtgeknepen en/althans (met kracht) bij de keel gepakt en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd "ik heb toch niets meer te verliezen. Ik ga je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking." (ii) Een proces-verbaal van de Rijksrecherche van 27 april 2005. (iii) Een beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 mei 2005 waarbij de bewaring van de betrokkene is bevolen ter zake van de feiten onder 1 subsidiair en 3 primair genoemd in de vordering onder (i). (iv) Een beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 mei 2005 waarbij de bewaring van de betrokkene is geschorst onder de in die beschikking genoemde voorwaarden. (v) Een verslag van de bijeenkomst inzake [betrokkene] van 23 juni 2005, waarbij namens de betrokkene aanwezig waren mr. W. Anker en mr. J. Boksem, beiden advocaat te Leeuwarden, en de Procureur-Generaal en de plaatsvervangend Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. (vi) Een aan voormeld verslag onder (v) gehechte 'schriftelijke zienswijze' van de betrokkene. 2. De Raadkamer Op 7 juli 2005 is door de Hoge Raad in raadkamer een onderzoek ingesteld. De betrokkene is voor deze raadkamer uitgenodigd ten einde hem in de gelegenheid te stellen zijn mening kenbaar te maken. De betrokkene heeft via zijn raadslieden mr. W. Anker en mr. J. Boksem, beiden advocaat te Leeuwarden, schriftelijk meegedeeld dat hij aan de uitnodiging geen gehoor zal geven en dat hij ook niet wil dat zijn raadslieden namens hem bij het onderzoek aanwezig zijn. 3. Beoordeling De betrokkene is raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden en derhalve rechterlijk ambtenaar als bedoeld in art. 46b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra). Tegen de betrokkene is een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf ingesteld. De Hoge Raad is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten waarvan de betrokkene wordt verdacht meebrengen dat hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek niet zijn functie van raadsheer kan uitoefenen en dat hij ingevolge art. 46f, tweede lid onder a, Wrra moet worden geschorst als rechterlijk ambtenaar. 4. Beslissing De Hoge Raad schorst [betrokkene], raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden, als rechterlijk ambtenaar voor de wettelijke termijn van drie maanden. Dit arrest is gewezen door de president W.J.M Davids als voorzitter, de vice-president A.G. Pos, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2005.