Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX9240

Datum uitspraak2006-06-13
Datum gepubliceerd2006-06-22
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Groningen
ZaaknummersAWB 06/677 WW44 V02
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Verweerder heeft BAM woningbouw B.V., regio Groningen, vergunning verleend voor het oprichten van 38 woningen op het perceel [...] plaatselijk bekend ‘achter het educatief centrum Harkstede’ te Harkstede.
Indien een vereniging slechts de belangen van haar leden behartigt en er geen sprake is van een bovenindividueel belang, dan is zij niet rechtstreeks belanghebbend in de zin van artikel 1:2 eerste lid, Awb.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Bestuursrecht Zaaknummer.: AWB 06/677 WW44 V02 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van Vereniging Belangenbehartiging Kwaliteitslocatie Borgmeren, te Harkstede, verzoekster, ten aanzien van het besluit van 20 maart 2006, nr. 20050207, van het college van burgemeester en wethouders van Slochteren, verweerder. 1. PROCESVERLOOP Bij bovengenoemd besluit van 20 maart 2006 heeft verweerder BAM woningbouw B.V., regio Groningen, vergunning verleend voor het oprichten van 38 woningen op het perceel kadastraal bekend gemeente Slochteren, sectie U, nummers 2.034/2.221, plaatselijk bekend ‘achter het educatief centrum Harkstede’ te Harkstede. Tegen dit besluit (hierna te noemen: het bestreden besluit) heeft verzoekster bij brief van 1 mei 2006 op grond van artikel 7:1, eerste lid, Awb, een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Bij verzoekschrift van gelijke datum heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd met betrekking tot het bestreden besluit een voorlopige voorziening te treffen, in die zin dat het wordt geschorst. 2. RECHTSOVERWEGINGEN Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb, kan, voor zover hier van belang, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Artikel 1:2, eerste lid, Awb bepaalt dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State herhaaldelijk heeft overwogen (zie bijvoorbeeld -www.raadvanstate.nl- de uitspraak van 19 oktober 2005, nr. 200409575/1) moet het bij belangen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, Awb gaan om een aan de statutaire doelstellingen ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij het belang los kan worden gezien van dat van de individuele leden, en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van bovenindividuele belangen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan in het onderhavige geval niet worden gesproken van behartiging van bovenindividuele belangen, reeds omdat het doel van verzoekster, blijkend uit artikel 2 van haar statuten, is: “het behartigen van de belangen van eigenaren van woningen in de kwaliteitslocatie Borgmeren te Harkstede”. De voorzieningenrechter komt op grond van het vorenstaande tot het oordeel dat verzoekster niet als belanghebbend, als bedoeld in artikel 1:2 Awb, kan worden aangemerkt. Dit leidt tot de conclusie dat het door verzoekster bij verweerder ingediende bezwaarschrift naar het zich thans laat aanzien niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Onder deze omstandigheden dient het verzoek om voorlopige voorziening, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Awb (zonder het houden van een zitting) te worden afgewezen. 3. BESLISSING De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen, RECHT DOENDE, wijst het verzoek af Aldus gegeven door mr. A. Houtman als voorzieningenrechter en in het openbaar door haar uitgesproken op 13 juni 2006, in tegenwoordigheid van M.J.'t Hart als griffier. De griffier. De voorzieningenrechter. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Verzonden op: