Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX9554

Datum uitspraak2006-06-20
Datum gepubliceerd2006-06-29
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/3212 WAO-V
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gegrondverklaring van het verzet. Tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend voor de vraag of het hoger beroepschrift tijdig is ingediend.


Uitspraak

05/3212 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: A. El Aichra, wonende te Zwijndrecht (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 25 februari 2005, 02/223 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 20 juni 2006 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet (Bw) van 17 augustus 2005 heeft de Raad het namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 17 augustus 2005 is mr. B.J. Manspeaker, advocaat te Dordrecht, namens appellant in verzet gekomen. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 7 maart 2006, waar namens appellant is verschenen mr. Manspeaker, voornoemd, en waar het Uwv -met voorafgaand bericht- niet is verschenen. II. OVERWEGINGEN Naar aanleiding van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 17 augustus 2005 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend. De gemachtigde van appellant heeft op 30 maart 2005 het beroepschrift per fax gezonden naar een verkeerd faxnummer. Gebleken is dat dit nummer toebehoort aan de rechtbank Utrecht. Ingevolge het derde lid van artikel 6:15 van de Awb is het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend voor de vraag of het hoger beroepschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het beroepschrift is binnen de hoger beroepstermijn per fax verzonden en uitgaande van ontvangst daarvan bij de rechtbank op 30 maart 2005, is het hoger beroepschrift tijdig ingediend. Hieraan doet niet af dat de rechtbank het hoger beroepschrift niet aan de Raad heeft doorgezonden. De Raad merkt nog op dat van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht niet is gebleken. Uit het vorenstaande volgt dat het namens appellant gedane verzet gegrond dient te worden verklaard. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet is gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.W.J. Schoor en C.P.M. van de Kerkhof als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2006. (get.) K.J.S. Spaas. (get.) T.S.G. Staal.