Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX9679

Datum uitspraak2006-06-28
Datum gepubliceerd2006-06-30
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers300538 CV EXPL 06-1234
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Abonnementsgeld verschuldigd over de gevorderde periode, nu rechtsgeldige opzegging pas in het derde kwartaal van 2004 heeft plaatsgevonden. De buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten worden afgewezen omdat eiseres deze kosten had kunnen voorkomen indien zij de onderhavige vordering had meegenomen in een eerdere procedure. De onderhavige vordering was immers in die eerdere procedure al opeisbaar.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector kanton Locatie Haarlem zaak/rolnr.: 300538/ CV EXPL 06-1234 datum uitspraak: 28 juni 2006 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake de besloten vennootschap LIS B.V. te Emmen eisende partij hierna te noemen LIS gemachtigde mr. G.F.M.G. Heutink tegen [naam gedaagde] te [woonplaats] gedaagde partij hierna te noemen [gedaagde] procederende in persoon De procedure LIS heeft [gedaagde] gedagvaard op 23 januari 2006. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft LIS schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. De feiten Als erkend danwel niet voldoende gemotiveerd bestreden en/of op grond van de onweersproken inhoud van de overgelegde producties, staat het volgende tussen partijen vast: - LIS exploiteert meerdere erotische websites; - [gedaagde] is bij vonnis van 22 juni 2005 (zaaknummer 268177CV EXPL 05-3091) veroordeeld tot betaling van een in dat vonnis genoemd bedrag in verband met het onbetaald laten van een factuur in het kader van een tussen partijen gesloten Gold membership overeenkomst; - [gedaagde] heeft de met LIS gesloten overeenkomst opgezegd; - LIS heeft de opzegging bij email bericht van 23 september 2004 en daarna bij brief van 7 oktober 2004 bevestigd en daarbij aangegeven dat [gedaagde] op 5 oktober 2004 als abonnee bij LIS wordt uitgeschreven. De vordering LIS vordert, naast nevenvorderingen, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 335,22. Het gaat daarbij om een bedrag van € 149,95 aan onbetaald gelaten abonnementsgelden over het derde kwartaal van 2004, vermeerderd met een bedrag van € 60,27 aan contractuele vertragingsrente tot en met 4 november 2005 en met een bedrag van € 125,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. LIS voert daartoe aan dat [gedaagde] tegen het eind van het derde kwartaal heeft opgezegd en hij de abonnementskosten over dat kwartaal dan ook dient te voldoen. Het verweer [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Hij voert daartoe onder meer aan dat hij in april 2004 volgens de regels van de Algemene Voorwaarden heeft opgezegd en hij nadien de site van LIS niet meer heeft bezocht. Het bedrag waartoe hij veroordeeld is bij het vonnis van 22 juni 2005 heeft [gedaagde] betaald. Hij begrijpt niet dat de onderhavige vordering over het derde kwartaal van 2004 niet meteen is meegenomen met de eerdere vordering. De beoordeling van het geschil De opzegging door [gedaagde] in april 2004 heeft, zoals bij vonnis van 22 juni 2005 is bepaald, niet rechtsgeldig plaatsgevonden. Rechtsgeldige opzegging van de tussen partijen gesloten overeenkomst heeft pas in het derde kwartaal van 2004 plaatsgevonden. Uitgaande van deze rechtsgeldige opzegging in het derde kwartaal van 2004 heeft [gedaagde] niet bestreden dat hij dan ook abonnementskosten hierover verschuldigd is. De kantonrechter begrijpt uit de door [gedaagde] overgelegde stukken dat [gedaagde] geïrriteerd is geraakt door de hele gang van zaken. Hieruit kan echter geen juridisch relevant verweer tegen de vordering worden afgeleid. Daarom moeten zij buiten bespreking blijven. Het vorenstaande houdt in dat de vordering van LIS in zoverre gegrond is en zal worden toegewezen. Met [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat LIS de abonnementskosten van dit derde kwartaal direct met de eerdere vordering van LIS had dienen mee te nemen, zodat daar in één keer een beslissing op had kunnen volgen. Toen [gedaagde] op 15 maart 2005 door LIS was gedagvaard voor abonnementskosten van dezelfde overeenkomst als waarvoor [gedaagde] in de onderhavige zaak is gedagvaard, moet bij LIS al geruime tijd bekend zijn geweest dat er nog een betalingstermijn openstond. Deze was immers in elk geval al op 5 oktober 2004 opeisbaar. LIS had door beide vorderingen in één procedure te bundelen (proces)kosten kunnen besparen. Om die reden zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde proceskosten worden afgewezen. De gevorderde rente is, gelet op het vorenstaande, toewijsbaar tot de dag waarop [gedaagde] aan de veroordeling bij het vonnis van 22 juni 2005 heeft voldaan. Nu LIS onvoldoende heeft gesteld waarom de rente over de termijn van het derde kwartaal van 2004 verschuldigd is vanaf 27 april 2004, wordt de rente toegewezen vanaf 1 juli 2004. Beslissing De kantonrechter: - veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan LIS van € 149,95 te vermeerderen met de contractuele rente van 2 % per maand over dat bedrag vanaf 1 juli 2004 tot aan de dag waarop [gedaagde] aan de veroordeling bij het vonnis van 22 juni 2005 heeft voldaan; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; - wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.