Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AY5534

Datum uitspraak2006-08-01
Datum gepubliceerd2006-08-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19.830099-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank is gebleken dat verdachte telkens contact zoekt met jonge, meestal kwetsbare meisjes. Met deze meisjes begint verdachte een relatie, terwijl hij in de loop van die relatie - voor eigen gerief - seks afdwingt, tegen welke dwang de slachtoffers niet zijn bestand. De rechtbank is gebleken dat de handelingen een enorme impact op de slachtoffers heeft of heeft gehad.


Uitspraak

Parketnummer: 19.830099-06 Uitspraak d.d.: 01 augustus 2006 RECHTBANK ASSEN STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedag verdachte] 1984, verblijvende in [plaats van detentie verdachte]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 18 juli 2006. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. van der Molen, advocaat te Assen. De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen onder 1 tot en met 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: * een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, inhoudende een behandeling bij de AFPN of soortgelijke instelling alsmede een contactverbod met de slachtoffers; * (gedeeltelijke) toewijzingen van de civiele vorderingen; * oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. TENLASTELEGGING De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 23 april 2005 tot en met 15 oktober 2005 te Assen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de vagina en/of in de mond en/of in de anus van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte - die [naam slachtoffer] heeft bevolen zich uit te kleden en/of - die [naam slachtoffer] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en/of - de benen van die [naam slachtoffer] uit ekaar heeft geduwd en/of - de handen en/of de polsen van die [naam slachtoffer] heeft vastgehouden/of - de door hem verrichte handeling(en) heeft gepleegd terwijl hij die [naam slachtoffer] (voorheen) meermalen had mishandeld en/of - de door hem verrichte handeling(en) heeft gepleegd ondanks het door die [naam slachtoffer] geboden verbaal en/of fysiek verzet en/of - de door hem verrichte handeling(en) heeft gepleegd terwijl hij uit woede (voorheen) meermalen goederen in de door verdachte en die [naam slachtoffer] bewoonde woning had vernield en/of (aldus) (telkens) voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 23 april 2005 tot en met 15 oktober 2005 te Assen, althans in Nederland, (telkens) met [naam slachtoffer], van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat die [naam slachtoffer] in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], (telkens) hierin bestaande dat verdachte (terwijl die [naam slachtoffer] sliep) zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gebracht; 3. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 14 maart 2005 tot en met 17 mei 2005 te Assen, (telkens) met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedag slachtoffer] 1989, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], (telkens) hierin bestaande, dat verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gebracht; 4. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 19 juni 2004 tot en met 10 maart 2005 te Drachten en/of te Assen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte die [naam slachtoffer] heeft vastgehouden en/of geslagen en/of geschopt en/of (telkens) voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan doordat hij die [naam slachtoffer], naar deze wist, meermalen had mishandeld; 5. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 19 juni 2004 tot en met 10 maart 2005 te Drachten en/of te Assen, althans in Nederland, (telkens) met [naam slachtoffer], van wie hij, verdachte, (telkens) wist dat die [naam slachtoffer] in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], (telkens) hierin bestaande dat verdachte (terwijl de [naam slachtoffer] sliep) zijn penis en/of een of meer van zijn vingers in de vagina van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gebracht. Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. VRIJSPRAAK De verdachte dient van het sub 2 en 5 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig bewezen acht. BEWIJSMIDDELEN Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie. BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 23 april 2005 tot en met 15 oktober 2005 te Assen, telkens door geweld of andere feitelijkheden telkens [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina en in de mond en in de anus van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte - die [naam slachtoffer] heeft bevolen zich uit te kleden en - die [naam slachtoffer] gedeeltelijk van de door haar gedragen kleding heeft ontdaan en - de benen van die [naam slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en - de handen of de polsen van die [naam slachtoffer] heeft vastgehouden en - de door hem verrichte handelingen heeft gepleegd terwijl hij die [naam slachtoffer] voorheen meermalen had mishandeld en - de door hem verrichte handelingen heeft gepleegd ondanks het door die [naam slachtoffer] geboden verbaal en fysiek verzet en - de door hem verrichte handelingen heeft gepleegd terwijl hij uit woede voorheen goederen in de door verdachte en die [naam slachtoffer] bewoonde woning had vernield en aldus telkens voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 3. hij op enig tijdstip, in de periode van 14 maart 2005 tot en met 17 mei 2005 te Assen, met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedag slachtoffer] 1989, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hierin bestaande, dat verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] heeft geduwd/gebracht; 4. hij op verschillende tijdstippen, in de periode van 19 juni 2004 tot en met 10 maart 2005 te Drachten en/of te Assen, telkens door geweld of een andere feitelijkheid telkens [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die telkens bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis en zijn vingers in de vagina van die [naam slachtoffer] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte die [naam slachtoffer] heeft vastgehouden en geslagen en geschopt en telkens voor die [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan doordat hij die [naam slachtoffer], naar deze wist, meermalen had mishandeld. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1, 3 en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. KWALIFICATIES Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op: onder 1: Verkrachting, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht; onder 3: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht. onder 4: Verkrachting, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht; STRAFBAARHEID De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 19 juni 2006, opgemaakt door drs. G. de Jong, psycholoog en een psychiatrisch rapport d.d. 30 juni 2006, opgemaakt door S.U. Leeuwestein, forensisch psychiater. Deze rapporten houden onder meer in als conclusie - kort zakelijk weergegeven -: "voor zover het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, dit verdachte in licht verminderde mate kan worden toegerekend." De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare. De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate. STRAFMOTIVERING De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: - de aard en de ernst van de gepleegde feiten; - de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; - hetgeen de rechtbank is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; - het requisitoir van de officier van justitie; - het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte; - de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 11 april 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld. De rechtbank is gebleken dat verdachte telkens contact zoekt met jonge, meestal kwetsbare meisjes. Met deze meisjes begint verdachte een relatie, terwijl hij in de loop van die relatie -voor eigen gerief- seks afdwingt, tegen welke dwang de slachtoffers niet zijn bestand. Uit het onderzoek ter terechtzitting, met name uit de schriftelijke slachtofferverklaringen, is de rechtbank gebleken dat de bewezen verklaarde handelingen een enorme impact op de slachtoffers heeft of heeft gehad. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is, waarbij als bijzondere voorwaarde een behandeling van verdachte is geïndiceerd. BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij] De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering wegens onvoldoende onderbouwing, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij] De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering wegens onvoldoende onderbouwing, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. BENADEELDE PARTIJ [naam benadeelde partij] De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering, voor dit deel kan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank heeft geen causaal verband aanwezig geacht tussen de bewezenverklaarde verkrachtingen en de diefstal/verduistering van het geld en de goederen. Tevens heeft de rechtbank de immateriële schade toewijsbaar geacht tot een bedrag van 650,--, voor het overige is deze schade onvoldoende onderbouwd. SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL Met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door de strafbare feiten zijn toegebracht. Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd deze bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffers. TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING VAN DE RECHTBANK De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 en 5 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan een gedeelte groot 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt, hetgeen mede inhoudt dat de verdachte zich laat behandelen door de Ambulante Forensische Psychiatrie of een soortgelijke instelling, indien en zolang genoemde reclasseringsinstelling zulks nodig oordeelt, echter maximaal voor de tijd van 2 jaren, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van euro 650,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van euro 650,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van euro 500,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van euro 500,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van de som van euro 650,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten draagt. De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], een bedrag van euro 650,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. H. de Wit en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 01 augustus 2006, zijnde Van der Sluijs buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.