Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AY9622

Datum uitspraak2005-11-10
Datum gepubliceerd2006-10-06
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Leeuwarden
Zaaknummers17/756009-05 VEV
Statusgepubliceerd


Indicatie

ontvankelijkheid openbaar ministerie, partiële vrijspraak, belediging, kwalificatie, bij geschrift mededelen, ontslag van rechtsvervolging


Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden Sector strafrecht VERKORT VONNIS Uitspraak: 10 november 2005 Parketnummer: 17/756009-05 VONNIS van de politierechter in de rechtbank te Leeuwarden, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. De politierechter heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 28 oktober 2005. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. TELASTELEGGING Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen. In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. ONTVANKELIJKHEID OPENBAAR MINISTERIE De raadsman heeft gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu, met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte, zijn schriftelijke aangifte ex artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering tot gevolg heeft gehad dat hij als verdachte is aangemerkt. Dit verweer kan niet slagen. Ook al zou er sprake zijn van een aangifte in de zin van genoemd artikel, dan vloeit noch uit de wet, noch uit het recht voort dat het openbaar ministerie niet naar aanleiding daarvan tot vervolging van de aangever zou kunnen en mogen overgaan. De politierechter verklaart de officier van justitie derhalve ontvankelijk in de vervolging. PARTIËLE VRIJSPRAAK De politierechter is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om te komen tot een bewezenverklaring van het primair telastegelegde, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. BEWEZENVERKLARING De politierechter acht het subsidiair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 28 november 2004, in de gemeente Skarsterlân, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer] ([functie]), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening -zakelijk weergegeven- bij geschrift medegedeeld dat voornoemde [slachtoffer] onbetrouwbaar en corrupt is en/of schuldig is aan discriminatie van het gelijkheidsbeginsel, belangenverstrengeling, samenzwering en machtsmisbruik. De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de politierechter dat niet bewezen acht. KWALIFICATIE De raadsman heeft gesteld dat het subsidiair telastegelegde ziet op de in artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht genoemde variant van belediging in het openbaar bij geschrift, doch dat dit feit, door het in de telastelegging ontbreken van het wettelijk element van openbaarheid, niet kwalificeerbaar is. De politierechter constateert dat is telastegelegd (en bewezen verklaard) dat de belediging heeft plaatsgevonden in de vorm van het "bij geschrift mededelen". Naar het oordeel van de politierechter kunnen deze woorden zien op de door de raadsman genoemde variant van artikel 266 maar zij kunnen evenzeer zien op de in voornoemd artikel omschreven variant van het toezenden of aanbieden van een geschrift. In het laatstgenoemde geval ontbreekt in de bewezenverklaring één van de termen toezenden of aanbieden. Op grond van het vorenstaande komt de politierechter tot het oordeel dat het subsidiair bewezenverklaarde niet kwalificeerbaar en daardoor niet strafbaar is. Verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. DE UITSPRAAK VAN DE POLITIERECHTER LUIDT RECHTDOENDE: Verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het subsidiair telastegelegde bewezen als voormeld doch niet te zijn een strafbaar feit. Ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, politierechter, bijgestaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 november 2005.